Hoe je eigenaarschap bij jonge kinderen stimuleert

Uit de praktijk - 17 mei 2019 - Door Isa Claassens

Het is woensdagochtend en er staat een bak met vier donzige, gele kuikentjes in het midden van mijn kring onder een warmtelamp. Tijdens de inloop zaten de kinderen er al met grote ogen omheen. “Mogen we ze écht ook aaien?”, vroeg een jongen. “Dan moeten we wel de tijd bijhouden, juf, want anders is het niet eerlijk”, zegt een meisje.

Al gauw kwamen de kinderen tot een oplossing; we hadden een kaartje nodig voor op het planbord, met daarop het plaatje “kuikens aaien” en daaronder 4 magneetjes, één kind per kuikentje. Kinderen zouden zich tijdens het werken om de beurt inplannen bij de kuikens. Ik zat vanuit mijn stoel te kijken hoe de kinderen om de beurt met vier tegelijk de kuikens aaiden en na 10 minuten zelfstandig weer door wisselden. Zonder mijn hulp.

Eigenaarschap bij jonge kinderen

Er zijn grofweg twee meningen te onderscheiden als het gaat over eigenaarschap. In mijn klas heb ik het ook gezien: zodra kinderen zelf keuzes mogen maken en mogen bijdragen, zijn ze gemotiveerder en leren ze dingen die ze een jaar later nog kunnen vertellen. Ook in de literatuur wordt het belang van zelf ontdekken en zelfsturing geschetst. Het zou kinderen gemotiveerder maken en daarmee leerresultaten verhogen (1). Aan de andere kant heb ik ook gezien dat er kinderen zijn die niet weten waar ze moeten beginnen, zodra ze de ruimte krijgen om zelf keuzes te maken en daardoor niet van start kunnen. Tijdens het gesprek over de kuikens waren er ook kinderen in de klas die nog geen oplossing konden bedenken en die daar mij, of in dit geval andere kinderen, voor nodig zouden hebben. In sommige onderzoeken wordt benoemd dat kinderen maar beperkt in staat zijn om zelf sturing te geven aan hun leerproces en dat kinderen het best leren door expliciete instructie en begeleide inoefening met de leerkracht (2).

De gouden middenweg

In allebei de meningen zit voor mij een kern van waarheid. Kinderen zijn gebaat bij eigenaarschap, maar het is niet genoeg om alleen te zeggen ‘doe jij het dan maar zelf’. Een misvatting is dat je zelfsturing ook ‘zelfsturend’ moet leren. De leerkracht doet ertoe en helpt een kind te leren hoe hij zichzelf kan sturen in het leerproces (3). Hiervoor kan de leerkracht gebruik maken van instructie en begeleide inoefening. Het is belangrijk om te kijken naar wat kinderen al kunnen, om te weten waar je als leerkracht in moet begeleiden. De leeftijd van een kind is daarbij ook van belang. De mate waarin kinderen in staat zijn tot zelfsturing groeit naarmate ze ouder worden. Oudere kinderen hebben andere begeleiding nodig dan jonge kinderen en ook kinderen van dezelfde leeftijd verschillen onderling van elkaar.

Kleuters kunnen dat nog niet

“Nee, kleuters kunnen dat nog niet” hoor ik vaak. Maar bij jonge kinderen is werken aan eigenaarschap wel degelijk mogelijk. Sterker nog, vaak zie je bij kleuters meer eigenaarschap dan in groep 3, waarbij opeens de zelfstandigheid en het zelf mogen kiezen verdwijnt en de regie weer grotendeels naar de leerkracht terug gaat. Kleuters kunnen dus wel werken aan eigenaarschap, maar het is belangrijk dat er wordt afgestemd op hun ontwikkelingsniveau (3). Bij het werken aan eigenaarschap is reflecteren een belangrijk onderdeel. Kinderen in de leeftijdsgroep van vier tot zeven jaar zullen niet allemaal tot dezelfde mate van reflectie in staat zijn. Dit vraagt dus ook reflectie van de leerkracht. Alle kinderen kunnen een eerste stap zetten, hoe klein ook. Dat begint al bij genoeg tijd geven om na te denken over een vraag die vraagt om eigenaarschap.

Drie tips om eigenaarschap bij jonge kinderen goed te begeleiden

  1. Jonge kinderen kunnen meer dan we denken
    Het zelf willen doen, die fase begint al bij de peuters, maar geldt net zo goed voor kleuters. Door de wil om het zelf te doen, kunnen kinderen vaak meer dan we denken. We moeten ze er dan wel de kans voor geven.
    Dat betekent niet alle scharen op tafel klaarzetten, maar je klas zo inrichten dat ze zonder jouw hulp bij de scharen kunnen. Als leerkracht hielp mij het motto van een oud-collega: “alles wat kinderen zelf kunnen, mág je niet voor ze doen”.

  2. Geef procesgerichte feedback 
    Voor jonge kinderen is het van belang om inzicht te krijgen in wat ze goed en wat ze nog niet goed kunnen. Hiervoor is goede procesgerichte feedback van belang (4). Kinderen moeten inzicht krijgen hoe ze zichzelf de volgende keer kunnen verbeteren. In plaats van te reageren met “goed zo” of “mooi”, geef je een reactie op het proces van het kind, bijvoorbeeld “wat heb je veel verschillende kleuren gebruikt in de tekening” of “je hebt je werkplek al helemaal opgeruimd, voordat je iets nieuws bent gaan kiezen”.

  3. Modellen van eigenaarschap door vragen stellen
    Als leerkracht heb je een voorbeeldfunctie. Modellen is niet voor niks zo effectief, kinderen leren immers door imiteren. Dit modellen kun je ook inzetten bij vragen stellen. In het voorbeeld dacht ik hardop: “ik zie dat bijna iedereen de kuikentjes wel zou willen aaien, maar er zijn vier kuikentjes in de klas en we hebben 32 kinderen”. Daarna stelde ik de vraag: “hoe zouden we dat nu kunnen oplossen?”. Ik liet kinderen zelf met de antwoorden komen, maar in andere situaties zou je ook hardop kunnen denken en zelf het antwoord kunnen geven. Zo doe je voor wat er in je hoofd gebeurt als je een probleem tegenkomt. Hierdoor leer je kinderen dat ze ook zo gaan denken, bijvoorbeeld “mijn kwast is vies, wat zou ik daar nu mee moeten doen?”. Ook in begeleiding kun je vragen stellen. Door een vraag te stellen begeleid je kinderen als het ware ook in de goede richting. Als de kinderen in het voorbeeld niet nagedacht hadden over of iedereen wel aan de beurt zou komen, had ik ze op dat spoor kunnen zetten door de vraag te stellen “is dat eigenlijk wel eerlijk voor iedereen?”.

In dit blog heb ik een paar tips en voorbeelden gegeven, maar ik ben ook benieuwd naar mooie voorbeelden van andere leerkrachten en pedagogisch medewerkers. Hoe begeleiden jullie eigenaarschap bij jonge kinderen? Plaats een reactie op LinkedIn.

Bronnen

(1) Boer, H. de, Donker-Bergstra, A. S., & Kostons, D. N. M. (2012). Effective Strategies for Self-regulated Learning: A Meta-Analysis. Rijksuniversiteit Groningen. Verkregen op 4 februari 2019 van https://www.nro.nl/wpcontent/uploads/2014/05/PROO_Effective+strategies+for+self-regulated+learning.pdf
en
Deci, E. L., & Ryan, R. M. (Eds.). (2002). Handbook of self-determination research. University Rochester Press.

(2) Kirschner, P. A., Clark, R., & Sweller, J. (2012). Helemaal uitleggen of zelf laten ontdekken? Onderzoek spreekt voor volledig begeleide instructie. Verkregen op 2 februari 2019 van http://www.zoleerjekinderenlezenenspellen.nl/assets/pdf/Helemaal_uitleggen_of_zelf_laten_ontdekken_12-18_nov12.pdf

(3) Driessen, L. (2010).Confrontatie of verzoening? Verkregen op 15 januari 2019 via http://caleidoscoop.be/library/132/files/zelfdeterminatie_w-20100309-1157.pdf

(4) Gipps, C., Hargreaves, E., & Mccallum, B. (2015). What makes a good primary school teacher?: Expert classroom strategies. Routledge.

Dit blog is geschreven door Isa Claassens voor het Early Years blog een initiatief van de Universiteit Utrecht.