Eigentijds leiderschap is stilstaan én bewegen

Uit de praktijk - 24 mei 2016 - Door Erno Mijland

In ons onderwijs wordt veel bepaald door de waan van de dag: de hoge eisen, wensen van alle kanten, elke dag wat nieuws. In die situatie lijkt ‘rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan’ soms de enige optie. Maar hoe houd je daarbij koers, als leider, met je team?

Tijdens het door BCO Onderwijsadvies georganiseerde seminar ‘Beweging in leiderschap’ op 18 mei in Venlo stond die vraag centraal. Deelnemers bezochten in groepen drie korte workshops die prikkelden tot dialoog door de inbreng van bewegende beelden, stilstaande beelden, muziek en ritme. In de inleiding benadrukte Femke Geijsel, hoogleraar Onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam en directeur van de Nederlandse School voor Onderwijsmanagement, het belang van balans aanbrengen. ‘Als je team tot stilstand is gekomen, moet je zorgen voor beweging; is er te veel beweging, creëer dan juist rust en ruimte.’ En als er dan beweging is, ofwel innovatie ‘ga dan niet pas aan de slag met borgen aan het eind, maar bouw vanaf het begin de verankering in.

Leiderschap

Onder andere aan de hand van voorbeelden van grote leiders als Nelson Mandela en - in de jazzmuziek Miles Davis - zochten deelnemers in de workshops naar de kenmerken van krachtige leiders, zoals je medewerkers kennen, ze de ruimte geven en laten doen waar ze goed in zijn, de dingen doen vanuit een doorleefde visie. Daarbij werd gebruik gemaakt van eigentijdse werkvormen, zoals het green screen waarbij deelnemers hun gedachten voor camera naar voren brachten, met een zelfgekozen achtergrond. Reflectie op de eigen invulling van leiderschap en de situaties waarin je dat leiderschap nodig hebt, brachten ondanks de korte (20 minuten!) workshops de nodige verdieping.

Formeel en informeel leiderschap

Aan het einde van de middag gingen de deelnemers met Geijsel in gesprek. Dit programma-onderdeel was gegoten in de vorm van een College Tour. Daarin kwam onder andere de vraag naar voren hoe je de balans vindt tussen je formele rol als schoolleider en het feit dat de eigentijdse leider steeds meer als lid van diverse netwerken opereert. Ook authenticiteit was een thema: wat als jouw authenticiteit niet past bij wat de school op een bepaald moment nodig heeft? Het gesprek maakte in elk geval duidelijk dat in de woorden van Geijsel ‘een schoolleider veel meer is dan een manager.'