Een rekenles met hoge opbrengsten

Uit de praktijk - 9 mei 2016 - Door Ruud van der Donk

Het is maandag 13.30 uur op basisschool De Laak in Wamel. De rekenles voor de 30 leerlingen van combinatiegroep 3-4 begint. De verschillen in onderwijsbehoeften vragen om maatwerk, de grootte van de groep om clustering. Leerkracht Els Bouman heeft de nieuwe aanpak al in de vingers.‘Terug naar hoe het was, dat gaat echt niet meer.’

Voor het verbeteren van het rekenonderwijs in de combinatieklassen heeft De Laak drie pijlers benoemd. Als eerste moet de kwaliteit van de instructie naar een hoger niveau. Dat laat de school parallel lopen aan het verminderen van de instructie, de tweede pijler. De kinderen worden daarvoor in groepjes – ingedeeld naar onderwijsbehoefte – geclusterd. De derde pijler gaat over ‘samen leren’. Door samen rekenopdrachten uit te voeren helpen leerlingen elkaar vooruit. De Laak ontwikkelt deze nieuwe aanpak met BCO Onderwijsadvies. In het kader van Kansrijke Combinatiegroepen wordt de aanpak als pilot ingezet voor de leerlijn optellen en aftrekken. ‘We moesten dit doen’, zegt directeur Henny Korenromp. ‘In het verleden was het erg onrustig voor de leerkrachten. Ze moesten op twee niveaus de instructie en de extra zorg vormgeven. Doordat ze nu minder instructie geven, kunnen ze de instructie die ze geven van betere kwaliteit laten zijn. Dan hebben de lessen een hoge opbrengst.’

Samen leren

De leerlingen weten wat hen te doen staat als Els ze vraagt naar hun rekenplaats te gaan. Er verschuiven wat stoelen en tafels. Vingers gaan omhoog in het groepje dat daarmee klaar is. In een mum van tijd zijn de clusters gevormd op basis van de hoofdfasen van de leerlijn: (1) begripsvorming, (2) procedureontwikkeling, (3) vlot leren rekenen en automatiseren en (4) het toepassen en flexibel rekenen. Voor de kinderen: rood, oranje, groen en blauw. De leerlingen weten precies in welk cluster ze zitten. Als alle vingers zijn opgestoken, zegt Els: ‘100%. Goed zo! En nu alle ogen even naar mij.’ Els heeft de aandacht van alle leerlingen doordat ze een rekenvraagstuk voorlegt: ‘Een prachtige bloem voor Moederdag kost 59 cent en hoe kun je die betalen?’ Ze gebruikt het didactisch middel de Vertaalcirkel (van Ceciel Borghouts) en koppelt dit aan de concrete doelen die op het bord getekend staan. Verschillende groepjes gaan op basis van hun onderwijsbehoeften ‘vertalingen’ maken. Muntstukken van 50, 10, 5 en 2 eurocent zijn de rekeneenheden. Het ene cluster vertaalt het vraagstuk met geld, een ander cluster met getekende munten, weer een ander groepje maakt de vertaling op de getallenlijn en een cluster probeert er een som van te maken. De kinderen maken met elkaar afspraken hoe ze hun opdracht aanpakken. ‘Ik probeer ze zoveel mogelijk te laten vertellen en handelen’, zegt Els over de werkvorm. ‘Met materialen werken, tekenen, vanuit betekenisvolle contexten.’ In de nabespreking legt Els de koppeling tussen de verschillende vertalingen. Er zit vaart in de les en de kinderen zijn betrokken. Nadat Els twee opdrachten heeft laten vertalen gaan de kinderen verder met rekenopdrachten.

Werkbaar blokplan

Een groepje kinderen krijgt een strategieinstructie aansluitend bij de vertaling die ze zojuist hebben gemaakt. Andere groepen gaan aan het werk met hun werkboek en oefenboek. Sommige kinderen gaan digitaal verwerken en een aantal kinderen gaat aan de slag met een rekenspel dat past bij hun onderwijsbehoefte. Els heeft tijd om een rondje door de klas te maken en nog een groepje een instructie te geven op begripsniveau. Els slaagt erin alle groepjes aandacht te geven. ‘Ik zie nu veel meer kinderen’, zegt ze. Het is pas de derde les die Els op deze wijze verzorgt. En het gaat haar goed af. Met ondersteuning van senior adviseur Anne van Bijnen heeft ze zich voorbereid. ‘We hebben een werkbaar blokplan gemaakt’, zegt Anne, ‘Geen plan dat in een la ligt te verstoffen, maar een waar de leerkracht iets aan heeft en dagelijks mee werkt.’ De methode legden ze in eerste instantie even naast zich neer. ‘We hebben vooral naar de onderwijsbehoeften van de leerlingen gekeken en vanuit de leerlijn doelen geformuleerd. De jaardoelen hebben we in beeld en daarna hebben we de methode er weer bij gepakt en keuzes gemaakt. Zo stelden Els, de IB’er en ik de blokdoelen op en bedachten we samen hoe Els het in de klas zou kunnen aanpakken.’

Ontdekkingstocht

Regelmatig heeft Els een rekengesprekje een leerling. ‘Dan vraag ik bijvoorbeeld wat een getal betekent en hoe het kind heeft gehandeld. Het is een goed moment om complimentjes te geven. En ik vind het heerlijk om te zien dat bij een kind het kwartje valt.’ Toch is dat precies wat Els nog lastig vindt. ‘Ik denk dat ik nog te veel sturing geef. Welke vraag ik precies moet stellen is nog een ontdekkingstocht. Maar teruggaan naar hoe het was, gaat echt niet meer. Ik krijg er meer grip op en merk dat wat we samen hebben bedacht steeds meer iets van mijzelf wordt. Ik kom ergens met die kinderen.’

 

Lees het artikel uit onze nieuwsbrief van mei 2016

Dit artikel is een vervolg op ‘Goed rekenonderwijs in sterk gedifferentieerde groepen' uit onze nieuwsbrief van januari 2016.

Lees het vorige artikel uit onze nieuwsbrief van januari 2016

Lees het vervolgartikel uit onze nieuwsbrief van januari 2017