Coöperatief werken aan woordenschat

Uit de praktijk - 30 november 2017 - Door Ruud van der Donk

‘Samenscholen’ is de missie van basisschool Silvester-Bernadette in Helmond. En coöperatieve werkvormen passen daar goed bij. Ook in het woordenschatonderwijs. ‘Ik zie nu heel andere kinderen voor me’, zegt leerkracht Milou Hikspoors.

Meer betrokkenheid en actieve aandacht

Veel kinderen komen met een geringe woordenschat de Silvester-Bernadetteschool binnen. ‘Daarom wilden we ons woordenschatonderwijs verbeteren, maar zonder dat daarbij de werkdruk al te veel zou toenemen’, schetst leerkracht Milou Hikspoors de uitdaging. ‘Als we het woordenschatonderwijs konden verbeteren, zouden de kinderen ook in de andere vakken daarvan profijt hebben.’

Meer betekenis

‘Het coöperatief leren ging al heel goed op onze school’, zegt Milou. ‘En dat wilden we als basis voor onze innovatie gebruiken.’ In elk lokaal stonden de tafels al in groepjes van vier, het klassenmanagement was op orde en de leerlingen voerden in teams opdrachten uit. Bij het rekenen gebruikten de leerkrachten het spellencircuit van ‘Met sprongen vooruit’, waarover ze bijzonder enthousiast waren. ‘Die spellen en het coöperatief leren wilden we als middelen verweven in onze woordenschatvernieuwing.’ 
Milou ging er in schooljaar 2015/2016 in groep 6 mee aan de slag. Ze verliet daarvoor haar methodegebonden manier van werken, want die sprak haar leerlingen onvoldoende aan. ‘De kinderen maakten me duidelijk dat ik meer verhalen moest vertellen die henzelf aangingen. En als we lastige woorden in een grafische vorm presenteerden – woorden die ze in spelvorm zelf hadden geselecteerd – kregen ze veel meer betekenis. Ze gingen echt beter luisteren, om de woorden te ontdekken die ik in het verhaal had gestopt. Ik zag ineens heel andere leerlingen voor me. Meer betrokken, enthousiaster. Ook de toetsresultaten gingen omhoog.’

Veranderteam

Het daaropvolgende schooljaar betrok Milou haar veranderteam in het proces, waarmee de nieuwe woordenschataanpak in zes groepen zijn intrede deed. Met het veranderteam schreef ze een didactische handleiding met daarin tientallen inzetbare werkvormen die op klasniveau en in kleine groepen – de teams – inzetbaar zijn. ‘Je kijkt hoe je een les kunt aanbieden en binnen een paar minuten staat dat’, zegt Milou. Haar school wil het coöperatief leren bij woordenschatonderwijs schoolbreed inzetten. En daarvoor heeft ze meer tips: ‘Als je er meteen aan het begin van een nieuw schooljaar mee begint, voelt het voor de kinderen heel natuurlijk aan. Een nieuwe leerkracht, nieuwe regels. En ook in de structuur van groepjes gaan ze dan gemakkelijk mee.’ ‘Je hebt als leerkracht soms de neiging om bepaalde coöperatieve werkvormen waarmee je vertrouwd bent geraakt vaker in te zetten’, schetst Milou. ‘Terwijl het juist belangrijk is om nieuwe werkvormen aan te leren die passen bij de leerstofinhoud en daar routine in te krijgen. Zeker de nieuwe leerkrachten dien je daarin mee te nemen. En dat maakt theorie en begeleiding belangrijk. Je moet het goed onderhouden.’

Parels en puzzels

Mat Custers begeleidt namens BCO Onderwijsadvies Milou en haar collega’s ook in de huidige fase van verbreden, onderhouden en borgen. ‘In het begin nam ik de teamleiders mee de klassen in, om de parels te bekijken en om te zien waar er nog puzzels lagen. Later namen ze mij mee. En straks doen ze het helemaal zelf.’ Hij constateert dat sommige leerkrachten al onbewust bekwaam zijn geworden. ‘Ze beheersen de middelen, de werkvormen, het klassenmanagement is op orde en de afspraken en regels met betrekking tot coöperatief leren zijn helder. Het is op deze school de normaalste zaak van de wereld geworden.’

Hij deelt Milou’s vertrouwen in de positieve opbrengsten van de coöperatieve woordenschataanpak. ‘Leerlingen worden in een setting geplaatst waarin ze naar elkaar gaan verwoorden hoe het zit. En dan geldt: als je het kunt uitleggen aan een ander, dan heb je het jezelf eigen gemaakt. Je bent dan een ander, dan heb je het jezelf eigen gemaakt. Je bent dan een ander iets aan het leren. En daar heb je – in het dagelijkse leven, maar ook later in een werkomgeving – bijzonder veel aan.’ Milou vult aan: ‘Het groepje waarin een leerling terecht komt is niet willekeurig bij elkaar gezet. Het is ook een team, waarin je elkaar helpt door gebruik te maken van ieders sterkte. In deze rijke leeromgeving ontwikkel je ook die belangrijke vaardigheden.’

Meer informatie bij Mat Custers via matcusters@bco-onderwijsadvies.nl

Open het artikel uit onze nieuwsbrief van november 2017