Basisschool Harlekijn en Jenaplanschool De Klink verhogen betrokkenheid kinderen:

Uit de praktijk - 30 november 2015 - Door Marc van de Ven

Help ons om de betrokkenheid van kinderen te verhogen. Deze oproep van basisschool Harlekijn in Baexem en Jenaplanschool De Klink in Grathem aan BCO Onderwijsadvies leidde tot een zelfonderzoek naar de rol van de leerkracht. Een verhaal over leren vanuit verwondering en nieuwsgierigheid. Over loslaten. En over kinderen die opbloeien.

Leve het levensecht onderwijs!

Zowel Harlekijn als De Klink, beide onderdeel van Stichting SPOLT, merkte dat het onderwijs vanaf groep 4 anders liep dan in de onderbouw. ‘In de groepen 1, 2 en 3 spelen de kinderen lekker en zijn ze betrokken, maar vanaf groep 4 veranderden kinderen en waren ze niet altijd meer gemotiveerd’, zegt Laurens Houtakkers, toentertijd leerkracht op basisschool Harlekijn. ‘Ook hadden we het gevoel dat we leerlingen in hun ontwikkeling remden, dat we vastzaten in een strak keurslijf van methodes en planningen. H Het lukte ons niet om dat te doorbreken.’

Spiegel voorgehouden

Adviseur Marlies de Wever hield de 25 betrokken leerkrachten van beide scholen een spiegel voor: jullie willen nieuwsgierige en betrokken kinderen, maar geven jullie hun daarvoor de ruimte? ‘Kinderen stellen Bron: Wetenschapsknooppunt Radboud Universiteitvan nature veel vragen. Dat past vaak niet in ons systeem. Zonde, want de huidige maatschappij vraagt om innovatie vanuit een onderzoekende houding. Daarom stimuleren we graag onderzoekend en levensecht basisonderwijs.’ Belangrijk onderdeel daarvan is dat de leerkracht durft los te laten, niet stuurt, maar kinderen zelf laat ontdekken. Zo ging Marlies ook met de leerkrachten aan de slag: ze zelf laten ervaren wat de effecten zijn van een onderzoekende houding. Met als basis het zevenstappenplan van onderzoekend en ontwerpend leren. Zie figuur.

Kinderen bloeien op

De scholen gingen met de opgedane kennis aan de slag. De Klink legde de bovenbouwleerlingen een vraag voor: hoe stel je een reis samen in een Aziatisch of Afrikaans land? ‘De kinderen bedachten van hieruit allerlei onderzoeksvragen’, aldus leerkracht Ineke van Denderen. ‘Welke informatie hebben toeristen nodig, zoals welke inentingen, hoe is het weer, hoe presenteer je het land en de reis. Ze gingen op onderzoek uit en presenteerden op een vakantiemarkt hun eigen reis. De kinderen bloeiden helemaal op,’ zegt Ineke. Ze kwamen naar school met eten uit het land en met muziek, iedereen was enthousiast bezig.’ Op Harlekijn gebeurde hetzelfde met een middeleeuwse markt. Laurens: ‘Als leerkracht krijg je een coachende rol. Je geeft handvatten. Zo vroeg een kind uit groep 4 me om hulp. Ik antwoordde: wie zou je nog meer kunnen helpen? Hij zei: mijn zusje uit groep 8. Hij is toen direct naar haar toe foto: Fred Ernst gegaan. Kinderen kunnen heel goed van elkaar leren en zelf aangeven wie en wat ze nodig hebben om hun doel te bereiken. En leerlingen uit hogere groepen die jongere leerlingen helpen, doen zo een succeservaring op.’

Genieten

Inmiddels zijn de scholen een aantal thema’s verder. ‘Elk thema begint met het maken van een plan’, zegt Ineke. ‘Wie doet wat? Zo weten de leerlingen van elkaar wie waarmee bezig is en leren ze samenwerken.’ Zijzelf durft daarbij steeds meer los te laten. ‘Bij de eerste thema’s maakten de kinderen nog bijna altijd een muurpresentatie aan het eind van de opdracht. Nu kiezen ze hun eigen presentatievorm, ik reik hen voorbeelden aan.’ Ook gaan de kinderen meer en meer de klas uit. ‘Onlangs was het thema planten. Kinderen gingen daarvoor naar het tuincentrum. In het weekend, samen met hun ouders. Ook zij worden op die manier betrokken bij de schoolactiviteiten.’ Ze geniet van levensecht onderwijs. ‘Eerst bereidde ik alles uitgebreid voor, nu geef ik kaders en impulsen en doen de kinderen veel zelf. Het is een genot om de kinderen zo betrokken aan het werk te zien. Ze vinden deze manier van werken leuk, omdat ze zelf keuzes mogen maken.’

Kinderen beslissen

Het actieve leren van kinderen, het inzicht krijgen in het eigen kunnen en daarover de regie voeren, heeft ook zijn weerslag op andere vakgebieden. Zoals bij taal en rekenen in de groep van Laurens. ‘Ik geef om half negen ’s morgens instructie. Kinderen die willen, tekenen hierop in. Zij beslissen. Ze denken na of ze het nodig hebben of zelf aan de slag kunnen. Zelf houd ik goed in de gaten of de leerling de juiste keuze maakt.’ Marlies prijst de aanpak van Ineke en Laurens. ‘Bij onderzoekend leren is het belangrijk om als leerkracht steeds te kijken naar het werkproces: zijn alle kinderen betrokken, hoe werken ze samen, hoe lossen ze problemen op en welke vaardigheden missen ze nog. Je moet niet vasthouden aan bestaande patronen en boekjes. Steeds meer scholen beseffen dat het anders moet.’

Wil je meer weten over onderzoekend leren? Lezen waarom Laurens een wasmachine in de klas heeft staan? En hoe Ineke taal en rekenen steeds meer integreert in andere onderdelen van het onderwijs? Lees dan verder op www.bco-onderwijsadvies.nl/verwondering

Dit traject is uitgevoerd door oud BCO-adviseur Marlies de Wever
Meer informatie bij Lana Goossens via lanagoossens@bco-onderwijsadvies.nl