Alles onder een dak bij IKC de Triviant: het kindcentrum dat nergens op lijkt

Uit de praktijk - 6 mei 2017 - Door Marc van de Ven

Integraal kindcentrum de Triviant in Stein is gebouwd zonder muren tussen basisschool, peuterspeelzaal, kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang. Daardoor kunnen niet alleen kinderen van 0 tot 12 jaar zich optimaal ontwikkelen, maar ook de medewerkers.

IKC de Triviant is een initiatief van Kindante (basisonderwijs), Spelenderwijs (peuterspeelzalen) en MIK (kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang). Drie organisaties, drie culturen, drie cao’s. ‘Het idee om samen een integraal kindcentrum te beginnen, ontstond zo’n vijf jaar geleden’, zegt directeur Nan Galema van de triviant. ‘In die tijd waren we ook met nieuwbouwplannen bezig. Die twee ontwikkelingen hebben we mooi in elkaar kunnen vlechten.’

Gelijkwaardigheid

Uitgangspunt was een gezamenlijke pedagogische visie én gelijkwaardigheid van alle medewerkers. ‘Iedereen is even belangrijk, we werken samen, delen kennis en kunde en gebruiken elkaars leermiddelen, materialen en ruimtes. Dat hebben we van meet af aan duidelijk gemaakt. Ondanks verschillende functies, cao’s en budgetten.’ Spelenderwijs hebben medewerkers elkaar leren kennen en zijn ze gaan samenwerken. ‘We zijn begonnen met een concreet onderwerp, de gezonde school. Iedereen heeft dat binnen zijn eigen groep opgepakt, maar medewerkers zijn ook bij elkaar gaan kijken: hoe doe jij dat? Dat heeft het project een boost gegeven en uiteindelijk het vignet Gezonde School opgeleverd.’

Leren van elkaar

Leren van en met elkaar, het is een belangrijke doelstelling van het kindcentrum, zegt Nan. ‘We stimuleren het op alle fronten. We hebben een wall of fame, waar medewerkers hun sterke kanten laten zien. En een smoelenboek waarin iedereen geschreven heeft wie hij is, wat hij te bieden heeft én wat zijn hulpvraag is. Op basis daarvan zoekt een medewerker actief een collega op die hem kan helpen. Onze ervaring is dat er door het samenbrengen van medewerkers van verschillende organisaties een surplus aan kwaliteit ontstaat.’

Eén plan

Medewerkers weten elkaar steeds beter te vinden, merkt Nan. ‘We hebben een gezamenlijk doel, een gezamenlijke verantwoordelijkheid, namelijk dat het kind zich optimaal kan ontwikkelen. We werken met één doorgaande leerlijn, één kind, één gezin, één plan.’ Dat vraagt om goede interne afstemming, eenduidige communicatie en uitstraling, zegt hij. ‘Alle medewerkers hebben naar elkaar uitgesproken hiervoor te gaan. Mede daardoor zijn we een kindcentrum dat nergens op lijkt. En daar zijn we trots op.’

Hard werken

Het werken in een integraal kindcentrum vraagt veel van de medewerkers, zegt Nan. ‘Je moet uit je schulp kruipen, samenwerken met verschillende disciplines. En je aanpassen: leerkrachten bijvoorbeeld waren gewend om na school te vergaderen. Omdat de buitenschoolse opvang en het kinderdagverblijf tot in de avonduren open zijn, vergaderen we nu ’s avonds.’ Ook maken medewerkers soms meer uren dan contractueel afgesproken. ‘We proberen dat zoveel mogelijk te beperken, maar dat lukt niet altijd. Medewerkers weten dat ook: ze kiezen voor het kindcentrum omdat ze achter het concept staan en zichzelf goed kunnen ontwikkelen.’

Bevlogenheid

Het gemotiveerd houden van het team is een uitdaging. Het aantrekken van nieuwe, bevlogen medewerkers is een andere, stelt Jan-Jos Janssen, begeleider van het traject bij de triviant. ‘In de toekomst komen er natuurlijk nieuwe collega’s. Die moeten de denkwijze van de triviant onderschrijven en er vol voor willen gaan.’ Dat geldt ook voor de directeur. ‘Nan gaat na dit schooljaar met pensioen. De nieuwe directeur moet net als hij buiten de gebaande paden durven werken. Positief is dat de medewerkers van de triviant hebben meegewerkt aan de profielschets.’

Remmende voorsprong

Een andere uitdaging is wat Jan-Jos de wet van de remmende voorsprong noemt. ‘IKC de triviant noemt zich het kindcentrum dat nergens op lijkt. Het is een soort geuzennaam die ze met trots dragen. Terecht. Maar ze moeten oppassen dat ze niet achteroverleunen en ingehaald worden door nieuwe ideeën die straks wél allemaal mooi binnen de regelgeving passen.’ Want er zullen meer kindcentra komen, verwacht Jan-Jos. ‘Mijns inziens hebben integrale kindcentra de toekomst. Door de krimp, maar zeker ook doordat ouders er voor alles terechtkunnen. Met één doorlopende leerlijn en één aanspreekpunt.'

Gemotiveerd

Nan Galema onderkent de uitdagingen. Maar hij heeft er alle vertrouwen in dat de triviant zich goed verder ontwikkelt. ‘Het concept staat en slaat aan. Dat merken we aan reacties van ouders, maar zeker ook aan de toestroom van nieuwe leerlingen; we hebben voor het nieuwe schooljaar behoefte aan drie nieuwe lokalen.’ Daarnaast werken er gemotiveerde medewerkers, zegt hij. ‘Laatst heb ik iedereen individueel in hun beoordelingsgesprek gevraagd wat ze over vijf jaar doen. Sommigen willen zich gespecialiseerd hebben, anderen werken dan misschien ergens anders. Maar allen zeiden zich te hebben ontwikkeld.’ Zelf hoopt hij over vijf jaar op een kindcentrum waar kinderen van diverse leeftijden met veel plezier met elkaar samenwerken: in een optimale ontwikkelomgeving, een plek waar door inspanning en ontspanning spelen leren is en leren spelen. ‘Van en met elkaar leren, daar draait het om. Voor de kinderen en voor de medewerkers.’

Ben je benieuwd wat BCO voor jou kan betekenen op het gebied van een integraal kindcentrum? Neem dan contact op met Jan-Jos Janssen of Gemmie Derksen 

Lees het artikel uit onze nieuwsbrief van mei 2017