21e eeuwse vaardigheden: tien ontwerpprincipes

Uit de praktijk - 15 april 2016 - Door Erno Mijland

Hoe ontwerp je zelf projecten en leeractiviteiten die (mede) tot doel hebben te werken aan de 21e eeuwse vaardigheden van je leerlingen? Tien ontwerpprincipes om mee aan de slag te gaan...

Bron: Kennisnet / SLOModel 21e vaardigheden, nieuwe versie van Kennisnet / SLOCreativiteit, samenwerken, kritisch denken, ict-vaardigheden… steeds meer leraren zijn op zoek naar mogelijkheden om leerlingen 21e eeuwse vaardigheden te laten oefenen. Dat kan met kant-en-klare lespakketten en methodes. Beter passend bij de filosofie van de 21e eeuwse vaardigheden is het werken met eigen projecten en leeractiviteiten. Al is het maar omdat je daarmee kunt aansluiten bij de specifieke situatie van de klas, de omgeving van de school en de actualiteit.

Om houvast te bieden bij het ontwerpen van eigen projecten of leeractiviteiten, heb ik een aantal aansprekende voorbeelden uit de praktijk naast elkaar gelegd, om daaruit vervolgens tien ontwerpprincipes te destilleren. Denk aan:

  • Jan op Zee, schoolkinderen ondersteunen via internet een Nederlands zeilteam in een race om de wereld.
  • BearTravel, het bekende project van Tessa van Zadelhoff, waarbij leerlingen samen een reisbureau vormen dat echte reisadviezen geeft aan echte klanten.
  • Pionier Koerier: onder begeleiding van leerkracht Pim Staals, vormen leerlingen van de Pionier in Valkenswaard de redactie van een webkrant.

Deze, en andere beelden vind je hier. Ze geven in enige mate of meer invulling aan de volgende ontwerpprincipes.

1.  Maak gebruik van nieuwsgierigheid van de leerling

Maak leerlingen nieuwsgierig naar een nieuwe, onbekende wereld, of sluit aan bij en bouw voort op de al aanwezige nieuwsgierigheid.

2.  Geef diversiteit de ruimte

Er is voor leerlingen ruimte om binnen de kaders van het project op een eigen wijze en op het eigen niveau te werken, aan eigen doelen en om eigen kennis, ervaringen en ideeën in te brengen. Iedereen is expert, je maakt gebruik van de kracht van diversiteit.

3.  Activeer

Leerlingen zijn vooral veel aan het doen, aan het werken en aan het maken. Naast alle mogelijkheden om fysiek te maken (ook met moderne technieken), wordt ook het produceren van digitale media (filmpjes, presentaties, interactie) gestimuleerd.

4.  Geef verantwoordelijkheden

De projecten en activiteiten zijn niet helemaal dichtgetimmerd beschreven, maar bieden ruimte om zelf beslissingen te nemen en bij te dragen. Leerlingen krijgen verantwoordelijkheden. Ze mogen fouten maken, worden niet voordat er wat misgaat geholpen of gecorrigeerd. Ruimte voor autonomie zorgt voor eigenaarschap.

5.  Bouw problemen in

Bouw uitdagingen en problemen in. Zo breng je leerlingen in een positie waarin ze creatief moeten zijn. Ze moeten zelf oplossingen bedenken om verder te kunnen.

6.  Laat ze samenwerken (en alleen!)

Leerlingen moeten samenwerken aan een gezamenlijk doel, een gezamenlijke opdracht. Het gezamenlijke einddoel motiveert iedereen om bij te dragen en vraagt om steeds af te stemmen. Het project bestaat ook uit taken die verdeeld moeten worden en waarbij ook (geconcentreerd) alleen gewerkt moet worden.

7.  Verbind binnen en buiten

Leerlingen worden in de positie gebracht waarbij ze de echte wereld in moeten, fysiek of virtueel. Of de echte wereld wordt de school binnengehaald. Leerlingen moeten communiceren met anderen (bijvoorbeeld: ondernemers, klanten). De link met de echte wereld zorgt ervoor dat de opgedane kennis als meer betekenisvol wordt ervaren.

8.  Werk vakoverstijgend / -verbindend

In een realistische context komt onvermijdelijk kennis uit verschillende domeinen bij elkaar: wereldoriëntatie, taal en rekenen. Voor het project verzamelen en verwerken leerlingen kennis uit die verschillende domeinen.

9.  Laat opbrengsten vastleggen en presenteren

Door te maken voor de echte wereld en voor een echt publiek, treedt het ‘audience effect’ in werking: hoe groter je potentiële publiek, hoe beter je je best doet. Bovendien krijgen leerlingen meer reacties (feedback) dan alleen van hun leraar. Je maakt gebruik van de kracht van eta-leren.

10.  Gebruik digitale mogelijkheden

Het gebruik van digitale media is niet iets dat aparte aandacht krijgt. Het vormt een vanzelfsprekend onderdeel van hoe het werkt in de echte wereld van nu. Contact met een zeilschip op de Stille Oceaan kan niet anders dan via het internet, hetzelfde geldt voor informatie zoeken, werken met video en fotografie enzovoort.

Wil je aan de slag met het ontwerpen van een project of leeractiviteit voor jouw school of klas? We helpen graag mee. Bel of mail voor een afspraak.