Biedt het NPO kansen voor onderwijsvernieuwing?

Auteur: Peter de Jong Datum: 22 april, 2021

Het is een flink bedrag dat straks naar alle scholen in PO en VO gaat, maar liefst 8,5 miljard euro. Circa €700 per leerling in het primair onderwijs voor het schooljaar 21-22.

Het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) moet het voor leerlingen die dat nodig hebben, mogelijk maken om langer, meer en effectievere (onderwijs)tijd te krijgen om de impact die de coronacrisis tot nu toe op hun ontwikkeling had, te herstellen en hen weer een goede uitgangspositie te geven. Met dit doel lijkt het accent te liggen op repareren en herstellen. Maar is er niet meer mogelijk? Biedt het NPO juist nu kansen voor onderwijsvernieuwing?

Door de extra middelen ontstaat ruimte om de komende twee jaar meer te doen. Ik denk dat er voor deze relatief korte periode ingezet kan worden op twee hoofdlijnen: vernieuwing en verlichting van het onderwijs. Het is niet of-of maar vooral en-en. De kans om met de extra middelen een vernieuwingsslag te maken, is zeker aanwezig en, gelet op de adviezen van de Onderwijsraad, Inspectie van het Onderwijs en behoeften van schoolteams, zelfs urgent te noemen. De tijd lijkt rijp om structureel anders te denken over ons onderwijssysteem. Kinderen leren anders, hebben andere leerbehoeften en hebben in de toekomst andere vaardigheden nodig. Laten we daar vooral op inzetten en erover nadenken hoe we het onderwijs op een andere manier vorm en inhoud willen geven. In deze vernieuwing lijkt het mij wijs om de adviezen van de Onderwijsraad en de Inspectie mee te nemen. Zo ben ik het hardgrondig eens met de Onderwijsraad om meer focus aan te brengen en nadrukkelijk aandacht te besteden aan basisvaardigheden en burgerschap. Focus biedt kans om gerichte keuzes te maken. Wat doen we wel en wat niet?

Vernieuwing en verlichting

Vernieuwing en verbetering van het onderwijs kan in mijn ogen niet zonder goede randvoorwaarden te scheppen voor de schoolteams. Op de eerste plaats hebben leerkrachten ruimte nodig om zich te kunnen richten op de beoogde vernieuwing. Een vernieuwing waar ze uiteraard zelf achter staan. Professionalisering, scholing, coaching-on-the-job, het zijn goede instrumenten voor de ontwikkeling van leerkrachten, maar zonder goede condities en voorwaarden zijn zij gedoemd te mislukken. Hiermee kom ik op mijn tweede punt: zorg voor verlichting. Vernieuwing en professionalisering van schoolteams kan niet zonder goede condities en voorwaarden te creëren voor de professional in de school. Leerkrachten hebben rust, tijd en ruimte nodig. Zeker nu. Tijd voor professionalisering, tijd om te kunnen experimenteren met nieuwe/andere werkwijzen, tijd om te reflecteren met collega’s, tijd om te leren van en met elkaar. En die tijd en ruimte zijn er vaak niet. Daarom begrijp ik schoolleiders die op de vraag wat te doen met de extra middelen, in ruime meerderheid aangeven dat zij ‘extra handen’ in de school willen. Die extra handen kunnen voor ondersteuning en verlichting zorgen. Het is alleen de vraag hoe die ‘extra handen’ ingezet worden. Is het om klassen kleiner te maken? Is het om kinderen te begeleiden die mogelijk vertraging hebben opgelopen? Of kunnen we vernieuwingsactiviteiten verbinden aan het creëren van goede condities in de school waarbij korte en langere termijn perspectief hand in hand gaan en waar leerlingen beter van worden.

Een praktisch voorbeeld: verlichting en vernieuwing gaan hand in hand

Wij hebben als onderwijsadviesbureau afgelopen maanden goede ervaringen opgedaan met de inzet van dyslexiebehandelaren bij het ondersteunen van een groep leerlingen op het gebied van taal, in combinatie met onderwijsadvisering voor het taalonderwijs op de school. De dyslexiebehandelaren (orthopedagogen) voerden gedurende 12 weken een remediërend programma uit voor een groep leerlingen. Met hulp van een onderwijsadviseur (taalspecialist) werd er met het schoolteam een programma opgezet. Door de opzet van dit programma en de verbinding met het reguliere curriculum in de school zijn leerkrachten meer gaan reflecteren op de aanpak van het gehele taalonderwijs. Daaruit is een aantal verbeterpunten naar voren gekomen. Op deze manier snijdt het mes aan twee kanten: er is op de korte termijn ondersteuning voor een groep leerlingen die vertraging hebben opgelopen en er is een lijn uitgezet om het taalonderwijs te verbeteren. Op deze manier gaat gerichte ondersteuning voor kinderen (‘extra handen’) en vernieuwing hand in hand. Kinderen met de extra ondersteuning (in tijd en werkwijze) zijn vooruitgegaan en voelen zich competenter op deze cruciale basisvaardigheid. En in het schoolteam zijn ‘ogen geopend’ om het mogelijk anders aan te pakken. Het voorbeeld laat zien dat een integrale aanpak het beste middel is om vernieuwing te laten slagen en dat soms een korte termijn actie goede effecten heeft op een duurzame ontwikkeling. Kleine stappen en klein beginnen om een grotere vernieuwing voor elkaar te krijgen, een vernieuwing die staat en duurzaam is.

Ja, het NPO biedt kansen voor onderwijsvernieuwing, met een integrale aanpak gericht op korte termijn successen, verlichting van leerkrachten, het ondersteunen van leerlingen die vertraging hebben opgelopen én advisering voor vernieuwing van het onderwijs. Een kans om met beide handen aan te grijpen.

Hulp nodig met het Nationaal Programma Onderwijs?

Wil je meer weten over onze aanpak of over NPO in gesprek?

Neem contact met ons op.