Passend rekenonderwijs voor combinatiegroep 2-3

Passend rekenonderwijs voor combinatiegroep 2-3

Toen basisschool de Elsenhof in Wagenberg twee jaar geleden startte met de combinatiegroep 2-3, voelde leerkracht Hannie van Drunen zich als een vis in het water. ‘Maar ik miste een theoretisch kader om de lessen – en met name het rekenen – op de juiste manier vorm te geven.’ De pilot Rekenen in een kansrijke combinatiegroep bood uitkomst.

‘Ik was er al jaren van overtuigd dat het samenbrengen van de groepen 2 en 3 – en dus van spelen en leren – meerwaarde oplevert’, vertelt leerkracht Hannie van Drunen. ‘Maar mijn visie was vooral gebaseerd op gevoel en ik had juist behoefte aan een theoretisch kader. Bij de start van de combinatiegroep 2-3 werd dat gevoel versterkt. We werken met de rekenmethode Wizwijs en in het begin kreeg groep 2 een eigen aanbod en groep 3 ook. Maar ik wist dat de leerlijnen van beide groepen goed op elkaar aansloten en zocht naar een manier om passend rekenonderwijs te geven aan beide groepen tegelijk, zodat het inhoudelijk beter zou aansluiten en ik meer tijd en aandacht zou hebben voor de hele groep.’

Anne van Bijnen is senior onderwijsadviseur op het gebied van rekenen, jonge kind en omgaan met gedifferentieerde groepen. Met haar ondersteuning werd de Elsenhof één van de drie scholen die aansloot bij de pilot Rekenen in een kansrijke combinatiegroep. ‘Mijn collega’s en ik hadden wel ideeën bij het clusteren op de leerlijn, maar ik vond het heel belangrijk om dat uit te werken met mensen uit de praktijk’, geeft Anne aan. ‘Zo konden we toetsen of dat wat we hadden bedacht bij BCO ook praktisch uitvoerbaar was voor scholen en leerkrachten.’

De nadruk van de pilot lag heel nadrukkelijk op de ontwikkeling van het jonge kind. ‘Kinderen in groep 1-2-3 zijn totaalontwikkelaars. Zij denken nog niet in hokjes van letters of cijfers en spelen vooral de grotemensenwereld na’, legt Anne uit. ‘In de groepen 1 en 2 besteden we nog veel aandacht aan dat spel, maar in groep 3 wordt ineens de methode leidend. De meeste kinderen in groep 1, 2 en 3 zitten in de begripsvormingsfase, maar juist die beginfase van de leerlijnen zit nauwelijks in de methode. Dat vroeg om een aanpassing – of beter gezegd een verrijking – van de methode. Daarom zetten we, naast rijke hoeken, de Vertaalcirkel in als didactisch middel en verbinden we de doelen voor groep 2 en 3.’

Vertaalcirkel: begrip en betekenis

De Vertaalcirkel draait om begrip van het concept en betekenisverlening bij jonge kinderen. De situatie wordt steeds op een ander abstractieniveau vertaald:

  • uitspelen;
  • tekenen;
  • weergeven met rekenmateriaal;
  • de abstracte som.

De leerkracht beslist op basis van de onderwijsbehoeften welke kinderen alle vertalingen maken en welke kinderen een paar. De verwerking per blok in Wizwijs sluit hierbij aan.

Voorbeeld in de klas

We starten met een verhaal en een vraag. Bij een les over splitsen speelt leerkracht Hannie van Drunen bijvoorbeeld dat ze met een te grote koffer bij de douane staat. Ze wil toch graag al haar spullen meenemen. Wat moet ze doen? De spullen verdelen over 2 kleinere koffers natuurlijk! Maar hoe zorgt ze ervoor dat de spullen worden verdeeld op verschillende manieren? In onderstaande video kun je zien dat de betrokkenheid van kinderen heel hoog is:

Een vervolg kan zijn om dezelfde situatie te tekenen of na te spelen met fiches, zoals hier gebeurt:

Vertaalcirkel

Een leerkracht beslist op basis van de onderwijsbehoeften welke vertalingen een kind maakt.

Juist die verschillende vertaalslagen en de verbinding die de leerkracht verwoordt, zijn volgens Anne cruciaal. ‘Je moet kinderen echt laten ervaren dat ze – of ze nou spelen, tekenen of met blokjes werken – steeds hetzelfde doen en wat de betekenis is van de getallen.’

Zelf ontdekken

Na de pilot is Hannie enthousiaster dan ooit over het samenvoegen van groep 2 en 3. ‘Dit sluit veel beter aan bij de behoeftes van de kinderen. In mijn optiek is dat de manier om kinderen te laten ontwikkelen. Ze ontdekken het zelf en we komen met elkaar tot de volgende stap. Voor mij als leerkracht betekent dit dat ik mijn tijd anders moet verdelen aan het begin van een nieuw thema. De blokvoorbereiding vraagt tijd, maar dan heb ik mijn lessen voor een groot deel voorbereid. Omdat kinderen het onderwerp beleven, spelen, zien en doen, kunnen ze ook sneller verder. Als leerkracht kan ik dan een stapje terugdoen en het ze zelf laten ontdekken. Dat is prachtig om te zien.’ De opbrengsten zijn duidelijk merkbaar: betrokken kinderen, betere resultaten en een leerkracht die meer ruimte heeft om te kijken, mee te spelen en gesprekjes te voeren. ‘En dat stuwt de hele groep omhoog.’

Netwerk van professionals

Het succes van de pilot ligt volgens Anne bij de woorden vertrouwen en loslaten. ‘Je moet erop vertrouwen dat je de methode los kunt laten. Niet meer gebruiken als leidraad, maar als bronnenboek. En je beslist zelf welke opdrachten kinderen maken. Een mooie ontwikkeling, want als je in het proces boven de methode gaat hangen groei je in het vakmanschap. Als gevolg van de pilot is er nu een netwerk van professionals opgericht dat rekenen in kansrijke combinatiegroepen verder vorm wil geven. Voor mensen die ermee gaan starten en voor mensen die al op zoek zijn naar verdieping. Geïnteresseerde scholen en professionals kunnen zich hierbij aansluiten. ‘Ik adviseer directies om leerkrachten goed te faciliteren’, zegt Anne. ‘Niet alleen in tijd en ruimte, maar ook in ondersteuning van de visie. Dat ze zich ondersteund voelen door het hele team, dat ze de vrijheid krijgen en fouten mogen maken en hun succeservaringen kunnen delen. Alleen dan is het werkbaar voor een leerkracht en neem je gezamenlijk het kind als uitgangspunt.’

Neem voor meer informatie contact op met Anne van Bijnen of lees het artikel uit onze nieuwsbrief van oktober 2016

<< Terug naar de pagina Van problematische naar Kansrijke Combinatiegroepen

<< Terug naar de pagina Netwerk voor rekencoördinatoren en rekenspecialisten PO

 

 

Downloads