Snap je taal - een motiverende, integrale aanpak voor begrijpend lezen en presenteren

Dienst

‘Snap je taal’ is een verfrissende aanpak voor taal, waarbij begrijpend lezen het vertrekpunt is om integraal te werken aan alle mondelinge en schriftelijke taal- en leesdoelen en vaardigheden als presenteren en digitale geletterdheid.

Voorpagina van de infographicMet ‘Snap je taal’ maak je gebruik van de methodes en bronnen voor taal, lezen en wereldoriëntatie die op jouw school beschikbaar zijn. Het is geen methode, maar een aanpak, ondersteund met een pakket met materialen voor leerkrachten en leerlingen.

‘Snap je taal’ heeft tot doel leerlingen weer plezier in en motivatie voor het lezen en presenteren te geven. Belangrijk, want goed kunnen lezen en een boodschap kunnen overbrengen zijn essentiële vaardigheden om mee te kunnen doen in de samenleving.

‘Snap je taal’ is geschikt voor alle leerlingen en alle leerjaren van de basisschool. De leerlingen ontdekken op welke manier zij het beste leren, studeren en zich kunnen presenteren. Die vaardigheden geven hen vleugels bij hun verdere ontwikkeling en studie.

Leesgedragposters, Tekstsnappers en Taalsnappers

Basiskenmerk van de aanpak is dat de leerling vertrekt vanuit een tekst en eindigt in een presentatie. Je wisselt af met allerlei teksttypen en vormen van presentaties, ook digitale presentaties. De leerlingen beginnen bijvoorbeeld met een tekst over een beroemd persoon en eindigen met een fictief interview in video met deze persoon.

De aanpak biedt drie tools die de leerling ondersteunen in dit proces:

  • Taalsnappers zijn volledig voorbereide projecten, zoals hierboven beschreven. Samen met de bronnen en materialen word je als leerkracht ontzorgd.
  • Bij het lezen en verwerken van de tekst gebruiken leerlingen Tekstsnappers (grafische en semantische schema’s). Die helpen om vanuit een leesdoel een tekst te “grijpen” en vervolgens te verwerken.
  • Met de leesgedragposters voor in de klas leren de kinderen wat een effectieve lezer doet en hoe je dat zelf voor, tijdens en na het lezen kunt inzetten.

Wat heb ik als ik met ‘Snap je taal’ aan de slag ga?

We ondersteunen de leerkracht bij de aanpak ‘Snap je taal’ met vele, helder georganiseerde materialen en bronnen:

  1. Preview van een tekstsnappereen infographic met een handzame beschrijving voor de leerkracht van de zes onderdelen van ‘Snap je taal’ in doelen per dag en - onder het kopje ‘uitwerking’ - suggesties en aandachtspunten voor de inrichting van de lessen. Bekijk hier de eerste pagina's van de infographic;
  2. 8 leesgedragposters met ieder gemiddeld 8 Tekstsnappers met voor de leerlingen een doel, instructie, een uitgewerkt voorbeeld en een leeg werkblad (schema). Met behulp van werkbladen worden leerlingen uitgedaagd om vanuit een leesdoel grip op een tekst te krijgen en hun inzichten vervolgens te verwerken. De Tekstsnappers zijn onderverdeeld in drie niveaus, van makkelijk, gemiddeld tot moeilijk. De gebruikte schema's zijn ook zinvol voor de onderbouw van VO. De materialen zijn te bestellen en downloaden via de website van Mariëlle van Rijn, Spelen met boeken;
  3. didactische (coöperatieve) structuren, kijkwijzers en een bronnenbank voor het vinden van passende, actuele teksten.

Je kunt op drie manieren kennismaken met ‘Snap je taal’:

  1. Download een proefpakket van Spelen met boeken (Mariëlle van Rijn). Deze zijn gebaseerd op de werkwijze van ‘Snap je taal’ en zijn met de handleiding zonder training of implementatietraject, direct in te zetten in je klas.
  2. Vraag een van de trainers van BCO voor een workshop op jouw school.
  3. Nodig een van de trainers uit voor een vrijblijvend gesprek.

‘Snap je taal’ invoeren op je school? Hiervoor volg je als team een schoolbreed implementatietraject van 1 à 2 jaar.

"Leerkrachten herkennen en onderschrijven het nadelige effect van de versnippering van het taal- en leesonderwijs maar vinden het spannend bestaande methodes los te laten. Als ze toch starten met de aanpak 'Snap je taal’ is het enthousiasme bij de leerlingen groot en dit haalt de leerkrachten over meer te willen. "

Pierre Pas, senior adviseur BCO Onderwijsadvies en -ondersteuning

Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de aanpak? 

  • Eén actuele, pittige, voor de leerlingen betekenisvolle tekst (de ‘hoofdtekst’) vormt het vertrekpunt van een cyclus.
  • Je werkt aan meerdere focusgebieden met hetzelfde onderwerp. Dat zorgt voor diepgang en het levert tijdsvoordeel op, omdat je niet telkens een nieuw
    onderwerp hoeft te introduceren.
  • Je werkt waar het kan geïntegreerd, ofwel aan meerdere of alle taalvaardigheden. 
  • Je werkt aan diepgang met als doel duurzame verankering van kennis en
    taalvaardigheden. 
  • Je werkt thematisch, met de mogelijkheid tot integratie te komen met
    wereldoriëntatie/onderzoekend leren en digitale geletterdheid.
  • De aanpak kan mét of in plaats van methode(s) gebruikt worden. 
  • De aanpak is ontwikkeld op wetenschappelijk onderbouwde en in de praktijk bewezen didactiek.
  • De opbouw ondersteunt convergente differentiatie, waarbij leerlingen een actieve rol hebben in het ondersteunen en ondersteuning ontvangen van medeleerlingen.
  • Een herkenbaar, gevisualiseerd stappenplan dat jou en de leerling houvast biedt. 
  • Close reading is geïntegreerd in de begrijpend leesaanpak.

Je wordt ondersteund bij de organisatie van je lessen met o.a. bronnen voor teksten, beschrijvingen van werkvormen en diverse templates. 

In de aanpak werk je elke dag met de tekst, afwisselend met zes aandachtsgebieden: gesprekken voeren, werken met de (inhoud van de) tekst, leestechniek, woordenschat (inclusief taalbeschouwing), spelling (inclusief grammatica) en schrijven.  

Tekst centraal

De hoofdtekst vormt voor alle deelgebieden het vertrekpunt. Leerlingen werken
intensief met en vanuit de hoofdtekst. De aanpak is geïnspireerd op de principes van ‘Close Reading’ en ‘Successful Strategies for Reading in the Content Areas’.

Voor de basisinstructie werk je met het GRRIM-lesmodel voor begrijpend lezen
(Graduate Release of Responsability Instruction Model). De leerlingen doorlopen in het werken met de tekst de vier fasen ‘ik’, ‘wij’, ‘jullie’, ‘jij’.

De te gebruiken teksten zijn niet te gemakkelijk. Ze kunnen afkomstig zijn uit de
methode of bijvoorbeeld aansluiten bij thematisch werken. Advies voor de leerkracht is om met een jaarplanning te werken voor teksten en thema’s en aan te bieden
tekstsnappers en tekstsoorten.

Gesprekken (spreken en luisteren)

In de aanpak is veel aandacht voor de gesprekken die leerlingen onderling hebben over (het onderwerp van) de hoofdtekst en de nieuw aan te leren kennis, strategieën en vaardigheden. Leerlingen helpen elkaar, bespreken moeilijkheden, werken samen en geven elkaar feedback. De mondelinge taaldoelen ‘luisteren’ en ‘spreken’ krijgen zo een concrete en betekenisvolle invulling. 

De leerkracht faciliteert met coöperatieve werkvormen en routines. Omdat leerlingen zelfstandig het gesprek hebben, heeft de leerkracht ruimte om informatie op te halen over het begrip bij de leerlingen als zij in gesprek zijn.

Het voeren van gesprekken draagt bij aan de samenhang en de verbinding van het begrijpend luisteren, de schrijfactiviteit en het presenteren.

Schrijven en andere vormen van presenteren

Bij ‘Snap je taal’ is schrijven een essentieel onderdeel voor de verankering van
nieuwe kennis, strategieën en vaardigheden. De hoofdtekst biedt een onderwerp, in de opdrachten worden de leerlingen uitgenodigd het nieuw geleerde toe te passen. Zo krijgen ze regelmatig schrijfopdrachten. Door de teksten echt te gebruiken en te laten lezen wordt het schrijven voor de leerling betekenisvol. Aan het eind van de week worden de teksten voorgelezen of in andere (deels digitale) vormen gepresenteerd, waarmee de taalweek een logische afronding krijgt.

De leerlingen doorlopen zo de didactische cyclus van doelen bepalen, voorkennis activeren en instructie, reflectie, presenteren en evalueren.

Meer weten?

Neem contact op met Pierre Pas via 06 54 95 44 59 of pierrepas@bco-onderwijsadvies.nl.