Integreer bewegend leren in jouw onderwijs

Dienst

De eerste stapjes van een kind zijn voor veel ouders reden voor een feestje. Een kleine overwinning op de zwaartekracht; een grote sprong naar zelfstandigheid. Met 2,5 jaar gaat het kind naar school en spreekt de juf of meester ineens vermanend: ‘Blijf nou eens zitten!’ Hoe kan dat nu…? Bewegen vinden we toch belangrijk en gezond?

Zitten en leren... als je een willekeurige klas op de basisschool bezoekt, lijkt het een niet zonder het ander te kunnen. Dat begint al bij de kleuters. Ter voorbereiding op het leren in groep 3 vraagt een gemiddelde juf van peuters en kleuters dat ze minstens 20 minuten in de kring op hun stoel kunnen zitten. In groep 8 zitten leerlingen vaak het grootste deel van de lesdag.

Waarom vragen we van kinderen dat ze zo veel en lang achter elkaar zitten als we weten dat:

  • langdurig zitten ongezond is;
  • alle kinderen graag bewegen en sommige kinderen extra veel beweging nodig hebben om goed te kunnen functioneren;
  • regelmatig bewegen een positief effect heeft op de concentratie;
  • aan leren gekoppeld bewegen leidt tot sterkere verankering (nieuwe verbindingen) van het geleerde in het brein.

De boodschap: kinderen zouden zich niet moeten aanpassen aan een onderwijsvorm waarbij zitten de norm is; we zouden de onderwijsvorm aan moeten passen aan ieders behoefte aan bewegen en de positieve effecten daarvan op het leren.

Passende werkvormen van bewegend leren in jouw onderwijs

Dit vraagt om het opzoeken en aanpassen, het zelf ontwerpen en het implementeren van passende werkvormen in jouw onderwijs. Onze adviseurs kunnen je hierbij inspireren, informeren en begeleiden. Wij nemen je mee in een studiebijeenkomst of traject, waarbij we vertrekken vanuit jouw dagelijkse praktijk: je didactiek, je methodes, je groep. En waarbij je zelf ook in beweging komt, om te ervaren hoe plezierig, eenvoudig en effectief bewegend leren kan zijn. 

Voorbeelden van bewegend leren in de klas

'Maandagochtend in groep 1-2. Op de meeste scholen start de dag met vertellen over het weekend. Meester Niels laat de kinderen echter niet in de gebruikelijke kring zitten. Hij laat de kinderen kriskras rondlopen in de klas. Als hij in zijn handen klapt, gaan de kinderen met het dichtstbijzijnde andere kind in gesprek. Na de werkles begint de taalestafette op het schoolplein. De kinderen stellen zich in groepjes op. Een meter of 10 verder liggen A4-tjes met een stoeptegel erop en een stift. Eén voor één rennen de kinderen daar naartoe en schrijven of tekenen een woord met een ‘s’ op het papier.'

'Groep 7. De leerkracht vindt dat de leerlingen de eenheden bij rekenen niet goed paraat hebben. Hij zet de leerlingen in een kring. Dan zet hij een kookwekker op 10 minuten, stopt hem in een doosje en geeft dat aan een leerling. Hij stelt een eerste vraag: "Een blokje van 1 bij 1 bij 5 centimeter is 5 ... centimeter." De leerling komt niet op het antwoord. Hij mag passen en het doosje doorgeven aan de volgende. Het doel: samen binnen tien minuten de 20 vragen van de leerkracht beantwoorden. Na elk goed antwoord moeten de leerlingen hun handen omhoog doen en samen 'Yes!' roepen. Sommige leerlingen staan alleen, anderen wippen of draaien wat. De groep komt tot 17 goede antwoorden. "Mogen we nog een keer, meester?", klinkt het enthousiast.'

Aan de slag met bewegend leren op jouw school?

Informeer bij een van onze adviseurs, zij helpen je graag verder.