Filter
  • Lezing Onderwijsverandering vanuit verbinding en waardering

    De lezing is interessant voor een ieder die wil stil staan bij een nieuwe kijk op onderwijsverandering en haar krachtige mogelijkheden. Speciale aandacht tijdens de lezing krijgt appreciative inquiry. Deze krachtige aanpak gaat uit van het zoeken naar kansen en mogelijkheden binnen veranderingsprocessen. Gekoppeld aan appreciative inquiry is het appreciative leadership. Deze vorm van leiderschap, wordt ook wel het leiderschap voor de 21e eeuw genoemd. Inspiration, Inclusion (iedereen doet mee), Integrity (acties in belang van het grote geheel), Inquiry (waarderend onderzoeken) en illumination (de ander in zijn kracht zetten) zijn 5 krachtige uitgangspunten voor dit nieuwe leiderschap.

    De lezing en workshop zijn in combinatie of los van elkaar te volgen. De workshop geeft de mogelijkheid de achtergronden goed te verkennen. De lezing bouwt voort op de workshop, maar kan ook als los onderdeel gevolgd worden.

  • Workshop Onderwijsverandering vanuit verbinding en waardering

    Vanuit een nieuwe blik kijken naar veranderingsprocessen levert verrassend veel nieuwe inzichten en ideeën op. Veranderingsprocessen in organisaties, schoolsystemen, klassen enzovoorts, kunnen worden gezien als constructen van mensen die voortdurend met elkaar in beweging - in interactie - zijn. Onderwijs is immers bedoeld voor mensen, wordt gemaakt door mensen en staat in dienst van de ontwikkeling van mensen.

    Toch benaderen we het onderwijs en haar processen veelal vanuit denkwijzen die helaas niet altijd tot successen leiden. Het onderwijs of het veranderingsproces wordt dan benaderd als iets dat maakbaar, controleerbaar en voorspelbaar is. Volgens Michael Fullan en Andy Hargreaves is er een fundamenteel nieuwe kijk op onderwijsverandering nodig. Hargreaves noemt het de 4e weg die ons weg leidt van de huidige, statische aanpakken naar nieuwe, dynamische benaderingen. Ook de Finse lessen van Pasi Sahlberg laten zien dat er nieuwe manieren mogelijk zijn. Het is een kwestie van keuzes maken.

    Maar, hoe kunnen we dan anders kijken naar ons onderwijs? Hoe kunnen we deze processen beter begrijpen? En vooral... hoe kunnen we tot duurzame processen komen die leiden tot hoge opbrengsten? Welk leiderschap is nodig voor het leiden van deze processen?

    Tijdens de workshop verkennen we het krachtige gedachtegoed van het sociaal constructionisme. In Nederland nog vrij onbekend, maar internationaal is het sociaal constructionisme steeds meer aan het doorbreken op allerlei gebied. Van gezondheidszorg, industrie, lokale en nationale overheid tot het onderwijs. Het gedachtegoed blijkt van grote waarde als het gaat om het oplossen van complexe vraagstukken en het bouwen aan een duurzame toekomst voor onze kinderen.

    U maakt op interactieve wijze kennis met dit nieuwe gedachtegoed, dat fundamenteel uw kijk
    op de werkelijkheid - en op veranderingsprocessen - zal beïnvloeden. Vanuit deze basis leert u wat dit voor het onderwijs betekent. U verkent uw eigen opvattingen vanuit een dynamische kijk op veranderingsprocessen, met daarbinnen de aspecten zoals onvoorspelbaarheid, onmaakbaarheid en onplanbaarheid. Onderwijsprocessen worden vanuit dit nieuwe perspectief bezien als zeer beweeglijk en veranderlijk. Het zijn tenslotte altijd de mensen die het proces voortdurend maken. Juist de dynamiek tussen mensen is een boeiend aspect dat meer aandacht verdient binnen de veranderingsprocessen.

    Hoe anders worden deze processen wanneer u ze steeds meer vanuit verbinding en waardering benadert. De dialoog en waarderende samenwerking staan binnen deze processen centraal. Zeker wanneer positiviteit, vertrouwen, optimisme, passie en onderlinge relaties belangrijke opbrengsten gaan worden.

    De workshop is een aanrader voor leidinggevenden, bestuursleden en coördinatoren die stil willen staan bij dit krachtige gedachtegoed. Tijdens de 3 uur durende workshop leren de deelnemers de achtergronden, werkwijze en effecten van het nieuwe gedachtegoed kennen.

  • mi-coop in een taalles/activiteit

    Meervoudige Intelligentie en coöperatieve werkvormen in de taalles
    In deze workshop maak je op een praktische wijze kennis met het aanwenden van Visueel Ruimtelijke, Naturalistische en Interpersoonlijke (coöperatieve werkvormen) Intelligentie in taallessen. Leerkrachten die in hun lesvoorbereiding uitgaan van de principes van Meervoudige Intelligentie en coöperatieve werkvormen benutten, zien dat niet alleen de betrokkenheid van kinderen maar ook de kennis van specifieke taalonderdelen direct toeneemt. Naast korte informatie over het concept MI laten we je korte filmfragmenten (uit groep 4 en 8) zien: leerkrachten die de talenten van kinderen benutten in de taalles door een beroep te doen op hun sterke intelligenties. Na afloop van deze workshop heb je een aantal mogelijkheden die snel in uw klas toepasbaar zijn.

    Noud de Ponti, trainer meervoudige intelligentie en coöperatief leren

  • werkwoordspelling

    Werken aan de werkwoordspelling
    Kinderen aan het einde van de basisschool laten zien dat ze de werkwoordspelling best wel beheersen. Toch wordt de weg daar naartoe als een lastig stuk ervaren. Hoe komt dat toch? Wat heeft het geheugen en wat hebben de werkwoordspelling-regels daarmee te maken? Maar ook gaan we aan de slag met goede instructies en ondersteunende hulpkaarten/schema's.
    Kortom wat kun je doen om samen met de kinderen de werkwoordspelling te verbeteren. Je krijgt daarbij praktische handreikingen om toe te passen in de eigen groep.

    Miriam Krijnsen, BCO Onderwijsadvies

  • informatie over lees-taalmethoden

    De nieuwe Taal- leesmethoden
    Je loopt binnen en er volgt géén workshop. Op jouw verzoek krijg je informatie over de nieuwste taalmethodes: Taal actief 4, Taal op maat 2, Taalverhaal.nu, Taal in beeld 2, Staal. Misschien wil je je begrijpend leesonderwijs anders inrichten met een digitale methode: Nieuwsbegrip (XL), Begrijpend lezen met Deroodekikker, Leeslink, Kidsweek, Goed Gelezen! Actueel, Lezen in beeld Actueel. De keuze is groot als je een papieren methode voor begrijpend lezen wilt kiezen: Grip op lezen, Lezen in beeld, Overal Tekst! Voor het voortgezet technisch lezen zijn er drie methodes waaruit de meeste scholen kiezen: Estafette Nieuw, Timboektoe, Lekker lezen. Je krijgt te horen wat de belangrijkste verschillen zijn en je kunt overzichten inzien en bestellen. Loop binnen!

    Joop Stoeldraijer, Edux Onderwijsadvies

  • consultatie taalproblemen

    Als taal een belemmering is...
    Eén op de tien kinderen heeft een taalachterstand. Daarmee is achterstand in de taalontwikkeling één van de meest voorkomende 'kinderziektes' in Nederland. Bij een kleiner percentage, circa 7%, is er sprake van een ernstige hardnekkige taalontwikkelingsstoornis. Het is van groot belang dat taalproblemen vroeg herkend worden. Vroege signalering en vroege interventie heeft namelijk een positief effect op de taalvaardigheid en de schoolloopbaan van kinderen met een taalstoornis In deze workshop leert u mogelijke signalen van een taalstoornis te herkennen en weet u welke rol de Taalbrug kan spelen in advisering en begeleiding.

    Medewerkers De Taalbrug, school voor speciaal onderwijs

  • anders aan de slag met Nieuwsbegrip XL

    Anders aan de slag met Nieuwsbegrip XL
    Op veel scholen wordt gewerkt met de methode Nieuwsbegrip op het gebied van begrijpend lezen. Om aan de kerndoelen te voldoen, dient naast Nieuwsbegrip Basis ook Nieuwsbegrip XL te worden ingezet. Veel scholen zoeken echter naar manieren waarop deze les met beperkte ICT middelen kan worden vormgegeven. In deze workshop krijg je informatie en doe je zelf ervaring op met de manier waarop Basisschool De Horizon in Sevenum deze les in de praktijk vormgeeft met als onderlegger het groepsplan voor begrijpend lezen.

    Charlotte van de Ven, BCO Onderwijsadvies

  • de ervaringsgerichte dialoog

    De ervaringsgerichte dialoog: het kind als antwoord
    Om kinderen goed te kunnen begeleiden is het nodig om perspectief te kunnen nemen. Je kunt je niet verplaatsen in een ander, je kunt echter wel ruimte maken in jezelf voor die ander. Aanvaarding, echtheid en empathie zijn nodig voor de ideale dialoog waarmee je dichtbij de belevingswereld van het kind kunt komen en vanuit dat punt de juiste interventies kunt plegen. Het kind is het antwoord!

    Ellen Emonds, leraar van het jaar 2012, leraar obs de Bonckert in Boxmeer

  • social media in een taalles

    DigiTAAL in de 21e eeuw
    Als leerkracht heb je een koffer vol werkvormen achter de hand om leerlingen actiever bij de les te betrekken. In hoeverre zitten er ook online toepassingen in jouw koffer waarmee je dezelfde taaldoelen kunt behalen als de lessen uit de methode? Diverse sociale media lenen zich daar uitstekend voor. Laat je inspireren door mooie praktijkvoorbeelden en ga zelf aan de slag, zodat je jouw leerlingen morgen kunt verrassen met een actieve digiTALE les!

    Daniëlle Kooistra, projectleider/adviseur Innofun

  • hoe ICT het taal- en leesonderwijs gaat verbeteren

    Hoe ICT het taal- en leesonderwijs gaat verbeteren
    Veel scholen gaan de komende tijd kiezen voor nieuwe taal- en leesmethoden. Een zeer uitdagende bezigheid In een tijdperk waarin alles in beweging is. De nieuw te kiezen methode zal toch al gauw een jaar of 10 jaar mee moeten gaan, terwijl het al lastig is om in de huidige omstandigheden 5 jaar vooruit te kijken. De moderne methode is geen papieren product meer, maar een educatief platform, waarin verschillende media elkaar aanvullen en papier slechts één van de keuzes is. Online digiboeken, digibordsoftware, toetssoftware, serious games en apps zijn serieuze en samenhangende alternatieven. Samen leveren ze een bijdrage aan het ultieme ideaal: leren tot leven brengen. Het klinkt als een sprookje, maar niets is minder waar. In zijn interactieve presentatie neemt Jos Cöp u mee in de ontwikkelkeuken van Uitgeverij Zwijsen, waarin innovatieve methoden als Estafette en de onlangs aangekondigde Taal in beeld 2 continue worden doorontwikkeld.
    In de presentatie komen een groot aantal (ict)aspecten aan de orde die het in zich hebben om het taal- en leesonderwijs daadwerkelijk te verbeteren. Uiteindelijk monden deze punten uit in een digitale kijkwijzer, die gebruikt kan worden tijdens het keuzetraject voor een nieuwe methode.

    Jos Cöp, multimediaal methodeontwikkelaar Zwijsen

  • ontwikkelingsperspectieven taal

    Hoe maak ik een ontwikkelingsperspectief (OPP) taal?
    Ik wil graag leren hoe je een goed ontwikkelingsperspectief OPP maakt voor leerlingen die dat nodig hebben! "In mijn praktijk heb ik regelmatig te maken met leerlingen die om de één of andere reden het reguliere programma in de klas niet meer kunnen volgen. Ik zoek dan naar aanpassingen die aansluiten op de onderwijsbehoeften van deze leerlingen. Zij krijgen als het ware een aparte eigen (individuele) leerlijn. Maar dan lopen deze leerlingen het risico het eindniveau van groep 7 niet te gaan halen".
    In dat geval is, vanaf eind groep 5, begin groep 6, een OPP vanuit de inspectie verplicht.
    Een OPP is het maken van een inschatting van de ontwikkelingsmogelijkheden bij een leerling en hoe je dit denkt te bereiken.
    In deze workshop gaan we in op bovenstaande problematiek en kijken we naar:
    4. Nu hebben wij in ons SWV een format voor zo'n OPP, maar aan welke eisen moet het OPP dan voldoen?
    5. Hoe bepaal ik het uitstroomperspectief?
    6. Hoe kom ik aan de juiste leerstof?
    7. Hoe betrek ik daar de ouders en de leerling bij?
    8. Hoe houd ik de vorderingen bij van deze leerling?

    Jo Verlinden, BCO Onderwijsadvies

  • het igdi-model in een taalles

    Doe mee(r) met meervoud
    Het IGDI-model staat volop in de belangstelling. Veel leerkrachten werken hiermee, maar de toepassing bij het taalonderwijs blijkt vaak moeilijk; vooral bij de lessen taalbeschouwing. In de workshop krijg je informatie over de toepassing van het IGDI-model. Met video opnames uit een reguliere taalles over het meervoud, wordt toegelicht hoe je IGDI in je taalonderwijs van morgen kunt inzetten.

    Gert Custers, leerkracht basisschool St. Joris in Heumen

  • ouders betrekken bij de taal/leesontwikkeling van hun kind

    Meer succes met ouders
    Ouders/opvoeders spelen een grote rol in het leven van hun kinderen. In principe is elke ouder betrokken bij hun kind, maar hoe zorg je voor een nog betere samenwerking als het gaat om taal-leesonderwijs? Een nieuwe kijk op partnerschap tussen ouders en school vergroot de onze kansen op meer succes! Tijdens deze workshop maken we kennis met de nieuwe aanpak van dr. Joyce Epstein, die partnerschap tussen ouders en school systematisch en structureel verbindt met schoolontwikkelingen en veranderingen. Partnerschap met ouders moet leiden tot effecten bij het kind, in dit geval stimulering van de taal- en/of leesontwikkeling!

    Loek Schoenmakers, BCO Onderwijsadvies

     

  • leesbevorderingsactiviteiten

    Verandering van smaak doet lezen! (1)
    Veel kinderen houden van dezelfde auteurs of genres. Een andere aanpak van de boekenkring kan daar verandering in brengen. Leerkrachten en leerlingen zijn daarin de belangrijkste boekpromotors. Een gevarieerd programma zorgt ervoor dat de boekenkring zo een rotonde van de leesbevordering wordt. De boekenkring is voor groep 1 t/m 8 interessant. 

    Jos Walta, adviseur leesbevordering bij kinderboekwinkel de Boekenberg in Eindhoven en auteur van Open Boek, handboek leesbevordering.

     

    Zeven manieren om een verhaal te beleven (2)
    Lezen is een strikt individueel gebeuren. Je duikt in een boek en weg ben. Weg uit de alledaagse werkelijkheid. Door als leerkracht andere manieren van lezen te laten horen of ervaren kunnen kinderen als ‘lezer’ meer uit een boek halen en daardoor hun beleving te verdiepen. Zoals: kijken en lezen, toneellezen, lezen in lagen, interpreterend lezen, leeservaringen delen. In een actieve werkvorm worden al deze mogelijkheden verkend aan de hand van een prentenboek.

    Jos Walta, adviseur leesbevordering bij kinderboekwinkel de Boekenberg in Eindhoven en auteur van Open Boek, handboek leesbevordering.

  • meer interactie in de kring

    Meer interactie in de kring
    Maak er een écht kringgesprek van, waarin zichtbaar is dat alle leerlingen volop deelnemen. Geen grote groep zwijgende kinderen in de kring en één leerling aan het woord, maar alle kinderen actief en betrokken! Door het inzetten van een aantal didactische structuren worden de mondelinge taalactiviteiten interactieve lessen waarbij uw leerlingen optimaal betrokken zijn.
    In deze workshop ervaart u zelf de werkwijze van enkele didactische structuren die u morgen zelf kunt toepassen in uw groep. U ervaart hoe het mensen (kinderen) betrokken maakt!

    Liesbeth van Waas, Bazalt

  • geletterde activiteiten in groep 1-2

    Leesbevordering en ontluikende culturele geletterdheid
    Het belang van aandacht voor ontluikende geletterdheid in het kleuteronderwijs is inmiddels bekend. In deze workshop willen we inzoomen op een aspect daarvan, namelijk de 'ontluikende culturele geletterdheid'. Het gaat hier om het opbouwen van de kennis over verhalen en gedichten die de voorwaarden schept voor tekstbegrip en leesplezier. De universiteiten van Maastricht en Tilburg onderzoeken hoe deze culturele geletterdheid het best kan worden gestimuleerd. In deze workshop verkennen we het begrip 'culturele geletterdheid', het belang ervan voor lezen en de relatie met leesbevorderende activiteiten in groep 1-2. Wilt u hierover meedenken en –praten, dan bent u van harte welkom bij deze workshop.

    Ingeborg Hendriks, Universiteit Maastricht

  • leesinstructie aan zwakke lezers

    Ik ben trots op mezelf (Lezen met relatie)
    Vanmiddag lezen kinderen live een tekst met hun dyslexiebehandelaar.
    1. We zullen samen beleven: Hoe is de start van het leesmoment. Hoe is de aanpak onderweg. Hoe is het resultaat.
    2. We zullen horen dat zwakke lezers weer plezier in lezen krijgen.
    3. We zullen zien dat lezen in relatie met elkaar je laat groeien als mens.

    Ted van Heel en Cindy Beijers, BCO Onderwijsadvies

  • taal en wereldoriëntatie

    Een schat aan taal in de zaakvakken
    Een samenvatting maken van een tekst die gaat over een stad in de middeleeuwen. Een meningtekst schrijven over de verkiezingen. Een discussie over klimaatverandering. De goede namen bij een aantal paddenstoelen zetten. Het zijn een paar willekeurige opdrachten uit methodes voor wereldoriëntatie. Opdrachten waarbij talige vaardigheden een belangrijke rol spelen om tot goede resultaten te komen.
    Zou het niet mooi zijn als we de rijke taalmogelijkheden die de zaakvakken ons bieden kunnen verbinden met ons taalonderwijs. Of is dit alleen voorbehouden aan de taalmethode? In deze workshop gaan we op zoek naar praktische toepassingen om de schat van taal in zaakvakken gericht te benutten. Om taalvaardigheden van kinderen te versterken in een betekenisvolle context: onze eigen wereld.

    Pierre Pas, BCO Onderwijsadvies

  • cito lovs

    Toetsen van technisch en begrijpend lezen met behulp van het Cito lovs
    Hoe doe ik dat nu met die leestoetsen? Ik hoor zoveel verschillende opvattingen. De gegevens uit het Cito LOVS bieden je de mogelijkheid het onderwijs op individueel niveau, groepsniveau en schoolniveau te evalueren. Constateer ik bijvoorbeeld dat leerlingen op de toetsen Technisch lezen laag scoren (niveau V of D/E respectievelijk de laagste scorende 20% tot 25% van de leerlingen), stagneren of terugvallen in hun ontwikkeling of heb ik twijfels over de toetsuitslag op basis van mijn eigen ervaringen met de leerlingen in de dagelijkse praktijk, dan is een nadere analyse gewenst. Hoe ga ik dan te werk? Maar welke toetsen kan ik nu het beste afnemen? Waar haal ik de meeste informatie uit? Wat doe ik met de screeningsinstrumenten? Waar kijkt de inspectie vooral naar? Ik wil niet alleen zorgsignalen maar ook aanwijzingen over hoe ik mijn leesonderwijs beter kan richten.
    In deze workshop gaan we in op bovenstaande problematiek en kijken we naar:
    1. een functionele toetsprocedure
    2. de rapportagemogelijkheden
    3. de interpretatiemogelijkheden

    Jo Verlinden, BCO Onderwijsadvies

  • signaleren en ondersteuning van taalzwakke kinderen

    Als taal een belemmering is...
    Eén op de tien kinderen heeft een taalachterstand. Daarmee is achterstand in de taalontwikkeling één van de meest voorkomende 'kinderziektes' in Nederland. Bij een kleiner percentage, circa 7%, is er sprake van een ernstige hardnekkige taalontwikkelingsstoornis. Het is van groot belang dat taalproblemen vroeg herkend worden. Vroege signalering en vroege interventie heeft namelijk een positief effect op de taalvaardigheid en de schoolloopbaan van kinderen met een taalstoornis In deze workshop leert u mogelijke signalen van een taalstoornis te herkennen en weet u welke rol de Taalbrug kan spelen in advisering en begeleiding.

    Medewerkers De Taalbrug, school voor speciaal onderwijs

  • professorlezen

    Professorlezen, snellezen met leerlingen met dyslexie
    Bij leerlingen met een ernstige vorm van dyslexie zou je niet direct aan snellezen denken. Toch blijkt dat door snellezen er een groter beroep wordt gedaan op leesbegrip ter compensatie van de beperkende leestechniek.
    En dat kan verrassende resultaten opleveren bij tekstbegrip, maar vooral ook bij leesplezier en de motivatie tot het lezen van ‘moeilijke’ teksten.
    Bekijk in deze presentatie de video waarin Mika, een leerling uit groep 8, ons uitlegt hoe hij ‘leest als een professor’.

    Pierre Pas, BCO Onderwijsadvies

  • groepsplan vanuit een methode

    Groepsplannen en methodes
    Het opstellen van groepsplannen kost leerkrachten veel tijd. Opgestelde voorbeeldgroepsplannen kunnen dan een uitkomst bieden.
    In deze workshop gaan we in op een aantal belangrijke vragen. Hoe stel je een groepsplan op en welke keuzes maak je vanuit de leerlijn? Hoe zorg je voor een zo gedifferentieerd mogelijk leerstofaanbod en hoe pas je het plan in de praktijk toe?
    Tijdens deze workshop bespreken we een aantal voorbeeld groepsoverzichten en groepsplannen die uitgeverij Malmberg aanbiedt bij de methodes. Met deze voorbeeldgroepsplannen kunnen leerkrachten snel en effectief een groepsplan opstellen voor de eigen klassenpraktijk.

    Arjanne Hoogerman, Malmberg

  • rekentaal

    Een inspirerende kijk op rekentaal
    Goed, gestructureerd en inspirerend rekenonderwijs vraagt meer dan kennis van getallen en vaardigheden in bewerkingen. Het is een verhaal uit de werkelijkheid, wat kinderen inspireert om wis en zeker te willen weten hoe het werkt. Kinderen hebben rekentaal nodig om hun handelen in onderzoekend leren te ondersteunen. Kijk door het rekenvenster en ontdek de magie van rekenen en wiskunde, het zit in een klein hoekje.

    Marlies de Wever, BCO Onderwijsadvies

  • taal in een thema

    Inhuldigen, thematiseren en taal
    In deze workshop ervaren de deelnemers hoe je ontwikkelingsgericht kunt werken aan de uitbreiding van de taalvaardigheden. In Ontwikkelingsgericht Onderwijs is de inbreng van de leerlingen essentieel bij het uitbreiden van taalvaardigheden. De leerkracht ontwerpt een beredeneerd en betekenisvol taalaanbod, waaraan alle kinderen kunnen deelnemen. De betekenisvolle activiteiten zorgen er voor, dat de betrokkenheid van de kinderen groot is.
    In deze workshop wordt duidelijk welke rol spel, onderzoek en interessante thema’s spelen in het tot stand brengen van betekenisvolle verbindingen tussen inhoud en taal. We gaan aan de slag met een actueel thema: de inhuldiging van Willem Alexander op 30 april. We ontwerpen thematische activiteiten, waaraan wij mondelinge taal en lees- en schrijfactiviteiten verbinden. Alle deelnemers krijgen praktische ideeën, waarmee ze in hun eigen groep aan de slag kunnen.

    Gerri Koster, de Activiteit

  • Cursus Hoe maak ik een OPP


    BCO en O2 onderwijsadvies heeft een cursus van 4 bijeenkomsten ontwikkeld voor het opstellen van het ontwikkelingsperspectief. Naast kennis gaat u ook praktisch aan de slag en maakt u een aantal OPP’s met eigen ingebrachte casuïstiek.

    • Bijeenkomst 1. Wat is een ontwikkelingsperspectief?
      a. Waarom moet ik een OPP maken?
      b. Waar moet een OPP aan voldoen?
      c. Een format.
      d. Inspectie-eisen
      e. Relatie van het OPP met HGPD en HGW
      f. Vaststellen van onderwijsbehoeften

    • Bijeenkomst 2. Hoe bepaal ik een eindperspectief?
      a. Leerrendementberekening met ESIS, Parnassys en CITO informatie
      b. Het maken van een kwalitatieve analyse
      c. Een leergesprek met kinderen voeren over doelen en leerstijl
      d. Zelf een perspectief maken aan de hand van een eigen casus

    • Bijeenkomst 3. De aanpak
      a. Doelen stellen
      b. Gebruik maken van de referentieniveaus om doelen en leerstof te genereren
      c. De juiste leerstof erbij zoeken
      d. Daadwerkelijk maken van minimaal twee OPP’s naar aanleiding van eigen casuïstiek

    • Bijeenkomst 4. Begeleiden van leerlingen met een OPP
      a. Rol van de ouders
      b. Hoe betrek ik de leerling erbij?
      c. Koppeling aan het groepsplan
      d. Pedagogische begeleiding
      e. Monitoring van voortgang 

    Wilt u meer weten? Neem dan contact op met Rob Förster of Jo Verlinden

  • Pius X College te Bladel

    Samen met BCO Onderwijsadvies is het Pius X College te Bladel, afdeling VMBO-B/K, in het schooljaar 2008-2009 gestart met een meerjarig invoeringstraject coöperatief leren. In schooljaar 2009-2010 hebben de docenten van VMBO-T zich hierbij aangesloten.

    Joop Klaassen, leerjaarcoördinator VMBO-B/K: "Bij de keuze voor BCO Onderwijsadvies speelde een grote rol dat hun aanbod uitging van een meerjarig traject, waarbij sprake was van een stapsgewijze implementatie.
    In schooljaar 2008-2009 zijn we gestart met een gratis oriëntatiebijeenkomst voor de docenten van leerjaar 1 en 2. Dit werd vervolgd door twee scholingsbijeenkomsten. Op basis hiervan zijn de mentoren in schooljaar 2009-2010 gestart met de introductie van 3 didactische werkvormen. Deze zijn daarna door de docenten gebruikt in hun reguliere lessen.In schooljaar 2010-2011 werden de afspraken voor coöperatief leren vastgelegd in een kijkwijzer en werd de verdere invoering ondersteund met zgn. Moment Coaching. De docenten zijn enthousiast, maar het blijft lastig om coöperatieve leerstrategieën structureel in te zetten binnen het onderwijs. In het invoeringstraject is er daarom dan ook continu aandacht voor het concreet voorbereiden van coöperatieve activiteiten die tijdens de lessen uitgevoerd kunnen worden."
     

    Marlies Willems, Mat Custers

  • ADHD en ADD

    Boeiend maar vermoeiend
    Elke leerkracht kent ze wel. Leerlingen die zich moeilijk kunnen focussen en concentreren. Het gedrag van een leerling met ADHD valt meteen op terwijl ADD nauwelijks onderkend wordt. Deze leerlingen worden vaak ervaren als ongemotiveerd en als dagdromers. Hoe herkent u symptomen van AD(H)D? En wat zijn haalbare aanpakken en oplossingen? BCO Onderwijsadvies ontwikkelde hiervoor een cursus die met name in Noord-Limburg al vele malen met groot succes is uitgevoerd.

    Scholing voor leerkrachten
    De scholing bestaat uit twee dagdelen.
    In de eerste bijeenkomst krijgt u inzicht in de achtergronden van aandachtstekortstoornissen: wat is het nu precies, hoe signaleer je het en hoe is het verloop. De tweede bijeenkomst staat in het teken van handelen door de leerkracht en van de effecten van medicatie en therapieën. Wanneer is extra hulp van anderen noodzakelijk?
    Tijdens de scholing worden diverse werkvormen toegepast en gebruik gemaakt van video-opnames van leerlingen, die ook zelf aan het woord zijn. Verder zijn er korte praktische opdrachten, waar u samen met collega’s aan kunt werken.

    Organisatie

    Duur: twee bijeenkomsten van elk één dagdeel
    Data: maandag 4 november 2013 en maandag 18 november 2013
    Tijdstip: 19.00-22.00 uur
    Locatie: BCO Onderwijsadvies
    Prijs: € 180,- per persoon
    Docenten: Rob Förster, Natasja de Vaan of Tineke Top


    Terug

  • Autisme

    Help!... een autist in de klas
    Kinderen met een aan autisme verwante stoornis (ASS) nemen de wereld waar in kleine onderdeeltjes. Ze missen het overzicht en vinden het moeilijk met hun omgeving af te stemmen. Om goed te kunnen functioneren binnen de klas en school vergen de specifieke onderwijsbehoeften een passend handelingsrepertoire van de docent. In het schooljaar 2013-2014 bieden wij hiervoor een scholing aan voor leerkrachten.

    Scholing voor leerkrachten
    Deze scholing bestaat uit twee bijeenkomsten.
    Tijdens de eerste bijeenkomst leert u begrijpen hoe een leerling met ASS de wereld waarneemt en beleeft. Hierdoor bent u in staat om het onderwijs beter te laten aansluiten. Kenmerken van ASS en de mogelijke gevolgen voor het onderwijs komen duidelijk naar voren in het theoretisch kader en worden ondersteund door opdrachten en inspirerende videobeelden.
    In de tweede bijeenkomst staan de onderwijsbehoeften van leerlingen met ASS centraal. U kunt uw ervaringen met leerlingen met ASS inbrengen. Met voorbeelden, videobeelden en opdrachten, denken de docenten actief na over handelingsmogelijkheden ten aanzien van deze onderwijsbehoeften.
    Er is o.a. aandacht voor communicatie, aanbrengen van structuur en omgaan met probleemgedrag zodat de leefwereld voor de leerling met ASS voorspelbaarder en veiliger wordt waardoor hij beter tot leren en ontwikkeling komt.

    Organisatie

    Duur: twee bijeenkomsten van elk één dagdeel
    Data: maandag 25 november 2013 en maandag 9 december 2013
    Tijdstip: 19.00-22.00 uur
    Locatie: BCO Onderwijsadvies
    Prijs: € 180,- per persoon
    Docenten: Sandra Bouwmans, Ben van der Heijden of Saskia Park

    Terug

  • Angst en stemmingsproblematiek

    Wat gaat er toch in dat hoofdje om?
    Leerlingen met angst en faalangst zijn het minst zichtbaar en (faal)angstige leerlingen zijn het minst storend voor een leerkracht. Herkent u deze leerlingen? In het schooljaar 2013-2014 biedt BCO Onderwijsadvies hiervoor een training aan voor leerkrachten of voor teams.

    Scholing voor leerkrachten
    Deze scholing bestaat uit drie bijeenkomsten over angstproblematiek, stemmingsproblematiek en faalangst. U maakt kennis met de nieuwste inzichten over angst- en stemmingsproblematiek bij leerlingen in het basisonderwijs. Faalangst, een prestatie-specifieke angst, komt hierbij ook nadrukkelijk aan bod.
    Na het volgen van deze module weet u wat angst- en stemmingsproblematiek inhoudt, hoe u ze vroegtijdig signaleert en wat een leerling met angst- en stemmingsproblematiek vraagt van een leerkracht. Doordat u als leerkracht gevoeliger wordt voor het signaleren van deze problematiek, levert u een belangrijke bijdrage aan vroegtijdige onderkenning. Hierdoor kunt u een leerling tijdig verwijzen naar een deskundige op het gebied van diagnosticeren en behandeling.
    De training bestaat uit kennisoverdracht met een powerpointpresentatie en praktische opdrachten bv. casussen, afgewisseld met illustratieve filmfragmenten.
    Door als team deze module te volgen ontwikkelt u dezelfde ‘taal’, waardoor u gemakkelijker met elkaar kunt overleggen over signalen, ideeën voor de aanpak en preventie-activiteiten.

     

    Organisatie

    Duur: drie bijeenkomsten van elk één dagdeel
    Tijdstip: 19.00-22.00 uur
    Locatie: BCO Onderwijsadvies
    Prijs: € 270,- per persoon
    Docenten: Ine Segers en Martine Laudy

    Inschrijven
    De scholing gaat door bij een minimale inschrijving van 12 deelnemers.

    Terug

  • Oppositioneel gedrag

    Hoe blijf ik (ze) de baas?
    Binnen het onderwijs komen steeds meer leerlingen voor die oppositioneel gedrag laten zien. Deze maken het leven van de leerkracht vaak niet makkelijk. Ze lijken er alles aan te doen om niet leuk gevonden te worden en/of om een goede sfeer in de klas te verstoren. Maar is die leerling zo gewetenloos als hij lijkt? Is het echt een koele kikker? Of zit er onder al die bombarie van oppositioneel gedrag een gekwetst kind met een problematisch verleden, die niet beter weet dan opstandig te zijn?

    Duidelijk is dat deze doelgroep een specifieke aanpak nodig heeft. Meer kennis over de aard en achtergrond van de problematiek leidt vaak tot meer begrip voor het moeilijke gedrag en daardoor tot meer motivatie om met deze doelgroep aan de slag te gaan. Meer kennis over de aard en achtergrond van de problematiek zorgt ook voor meer inzicht in wat werkt. De uitdaging is om verder te kijken dan het gedrag dat we aan de buitenkant zien.

    Scholing voor leerkrachten
    Deze scholing bestaat uit twee bijeenkomsten. Na afloop heeft u meer:

    • kennis over leerlingen met oppositioneel gedrag/ODD/CD
    • begrip voor deze doelgroep en daardoor meer motivatie om met deze kinderen aan de slag te gaan
    • reflectiemogelijkheden op het eigen handelen
    • handelingsmogelijkheden in de omgang met deze doelgroep.

     

    Organisatie

    Duur: twee bijeenkomsten van elk één dagdeel
    Data: maandag 17 maart 2014 en maandag 31 maart 2014
    Tijdstip: 19.00-22.00 uur
    Locatie: BCO Onderwijsadvies
    Prijs: € 180,- per persoon
    Docenten: Drs. Eline Wolters, psycholoog en orthopedagoog-generalist en/of drs. Rob Verstegen, GZ-psycholoog en psychotherapeut en/of Gert-Jan Wismans, afdelingsleider VSO de Velddijk. Allen werkzaam (geweest) binnen VSO-ZMOK en bovenschoolse zorgvoorzieningen.

    Inschrijven
    De scholing gaat door bij een minimale inschrijving van 12 deelnemers.

    Terug

  • Ervaringsgericht werken met jonge kinderen

    Ervaringsgericht werken is het werken vanuit het totaal van mogelijkheden van kinderen. Hierbij wordt rekening gehouden met alle relevante factoren die begeleiders signaleren: karakter, thuissituatie, ontwikkelingsvermogen etc. Begeleiders die werken vanuit deze aanpak trainen het kijken naar kinderen vanuit welbevinden en betrokkenheid.

    Er zijn drie zaken van belang:

    • Een goed voorbereide ruimte
    • Ruimte voor initiatief van kinderen
    • In gesprek gaan met kinderen, ouders en met elkaar

    Ook bij het ervaringsgericht werken met jonge kinderen is spel erg belangrijk voor de ontwikkeling. In tegenstelling tot de gestructureerde aanpak op veel kinderdagverblijven en peuterspeelzalen ligt het vertrekpunt bij het ervaringsgericht werken bij wat kinderen zelf aan spel ontwikkelen en aanreiken. De begeleiders stellen zich voortdurend de vraag hoe ze daarop kunnen inspelen en hoe ze het spel kunnen verrijken en verbreden. Die actief stimulerende begeleidingstijl biedt, in combinatie met een rijk en gevarieerd aanbod, belangrijke kansen voor een hoog welbevinden en een grote betrokkenheid bij kinderen.

  • Werken met jonge kinderen vanuit de Reggio Emilia benadering

    Reggio Emilia is een pedagogische visie die uitgaat van het vertrouwen in de mogelijkheden van kinderen. Een kind is van nature onderzoekend, nieuwsgierig en wil steeds beter met de omringende wereld omgaan. Deze kracht in het kind is dan ook de basis voor de Reggio Emilia benadering. Beeldend vormgeven is in deze visie een belangrijk element voor de totale ontwikkeling van het kind. Het kind heeft Honderd Talen om zich te uiten! Uitgaan van het competente kind.

    Binnen de benadering staan drie pedagogen centraal:

    • Het kind
    • De volwassene
    • De ruimte

    Deze pedagogiek is ontstaan in Noord-Italië kort na de tweede wereldoorlog. Loris Malaguzi is een van de grote inspirators van deze aanpak.

  • Gedragswetenschappers in het VO-MBO

    • Sandra Bouwmans, psycholoog; enthousiast en betrokken in (oplossingsgerichte) gespreksvoering met jongeren; verzorgt scholing aan docenten omtrent autisme en heeft interesse in het werken met 'Mission Possible'.
    • Saskia Park, gedragswetenschapper op VO-scholen en extra gespecialiseerd in het onderwijs aan lwoo-plus leerlingen. Klantgericht en analytisch sterk.
    • Drs. Rob Verstegen, klinisch psycholoog en jarenlang gedragswetenschapper voor scholen (voortgezet) speciaal onderwijs. Kerndocent en ontwikkelaar van cursussen 'storend gedrag'. Is personal brand op zijn gebied en wordt in Nederland en Duitsland steeds vaker gevraagd voor scholing 'storend gedrag en stoornissen'. Medeontwikkelaar van 'Interactiewijzer' en HGPD.
    • Maria Seelen, pedagogisch psychologisch assistent met expertise in onderzoek en advisering beroepskeuze bij leerlingen in het VO.
    • Kristel de Kaart, Tilly van Dijck en Brigitte Olders leveren ook bijdragen als gedragswetenschapper c.q. remedial teacher op enkele VO-scholen.


    Docenten betrokken bij ons project 'Lastige, maar boeiende pubers': passend onderwijs als antwoord op storend gedrag

    • Drs. Sandra Bouwmans, psycholoog en docente van de module autisme. Zij is werkzaam als adviseur leerlingenzorg op verschillende VO-scholen. Enthousiast, betrokken en vaardig in (oplossingsgerichte) gespreksvoering met jongeren.
    • Drs. Rob van den Broek, onderwijspsycholoog en docent van de module hoogbegaafdheid. Rob heeft ruime ervaring als nascholingsdocent en het ondersteunen van scholen en leidinggevenden bij onderwijsontwikkeling. Hij is verbonden aan het expertisecentrum Hoogbegaafdheid in Venlo, waar ook de Leonardo-school aan verbonden is.
    • Drs. Rob Förster, orthopedagoog en GZ-psycholoog (BIG). Hij is medeontwikkelaar van het HGPD (Handelings Gerichte ProcesDiagnostiek) gedachtegoed en de HGPD-werkwijze. Expert en docent op het terrein van gedragsproblemen, leren leren en hoogbegaafdheid. Verbonden aan zorgloket, bovenschoolse zorgvoorziening en VO-scholen.
    • Ben van der Heijden, orthopedagoog en docent van de modules autisme en angst- en stemmingsstoornissen. Ben was voorheen docent binnen het ZMOK-onderwijs en ambulant begeleider. 
    • Drs. Ine Segers, GZ-psycholoog (BIG) en docent van de module angst- en stemmingsstoornissen. Naast adviseur leerlingenzorg is zij docent bij de post-HBO-opleiding voor Interne Begeleider. Zij geeft hier o.a. de module Ontwikkelingspsychologie. Gedurende een vijftal jaren was zij gastdocent op de HAN bij HBO-pedagogiek: hier gaf zij de 3e jaars-module 'Begeleiding jeugdigen'.
    • Drs. Natasja de Vaan-Roosenboom, orthopedagoog en docent van de modules ADHD en hoogbegaafdheid. Zij werkt al geruime tijd als onderwijsadviseur en was voorheen werkzaam als orthopedagoog op een SBO-school en het Interdisciplinair Kinderneurologisch Centrum van het UMC St. Radboud in Nijmegen. 
    • Drs. Rob Verstegen, Klinisch Psycholoog (BIG) en Kinder &; Jeugd Specialist (NIP). Hij is hoofddocent en ontwikkelaar van de scholing 'Storend gedrag en stoornissen'. Hij is een landelijk zeer bekende docent op dit terrein en heeft jarenlange ervaring binnen Voortgezet Speciaal Onderwijs. Zijn specialisme is begeleiding van leerlingen met ernstige gedrag- en/of psychiatrische problematiek. Rob is medeauteur van bekende boeken en producten als 'Gedragsproblemen in de klas', 'Interactiewijzer' en HGPD, Handelingsgerichte Procesdiagnostiek.
    • Drs. Eline Wolters, psycholoog en docente van de module oppositioneel gedrag. Eline is werkzaam binnen een school voor voortgezet speciaal onderwijs en verbonden aan het Inter Disciplinair Team (IDT) van het Speciaal Onderwijs in Venlo.
  • CITO-cursussen

    Goed onderwijs
    Bij het in kaart brengen van de kwaliteit van uw onderwijs kunnen de resultaten van de LOVS-toetsen een grote rol spelen. Hierbij kunt u kijken naar de scores op de Entreetoetsen, de Eindtoets Basisonderwijs en/of de LOVS-toetsen.
    BCO Onderwijsadvies en 02 Onderwijsadvies organiseren samen op basis van CITO materialen, een tweetal cursussen om u te helpen meer rendement te halen uit de toetsresultaten en uw onderwijs effectiever te maken. U werkt aan een PC of laptop. Elke cursus biedt concrete informatie die u vervolgens direct toepast in een praktijkopdracht. De vertaling naar uw praktijk wordt snel gemaakt omdat u naast een demodatabase, ook met uw eigen schoolgegevens werkt. Het rechtstreekse contact met de trainer en de andere cursisten werkt daarbij verhelderend en verrijkend. Aan het einde van de cursus ontvangt u een bewijs van deelname.

    Maatwerk
    Heeft u specifieke vragen? Wilt u een training op eigen locatie? We kunnen een training op maat verzorgen. De inhoud van de training wordt dan afgestemd op uw situatie. Ook data, tijdstip en aantal deelnemers stellen we in overleg vast.

    Schoolzelfevaluatie op basis van LOVS-toetsen

    Schoolzelfevaluatie van resultaten van Eindtoets en/of Entreetoets

  • Schoolzelfevaluatie van resultaten van Eindtoets en/of Entreetoets

    Inhoud
    In de cursus 'Schoolzelfevaluatie op basis van resultaten van Eindtoets en/of Entreetoets' leren de deelnemers hoe zij met de resultaten behaald op de Eindtoets Basisonderwijs en eventueel de Entreetoetsen de kwaliteit van het onderwijs op de school nader kunnen bekijken.
    In verband met de nieuwe gewichtenregeling zijn vanaf 2010 de schoolrapportages veranderd. Daarom staat de interpretatie van de nieuwe schoolrapporten in deze cursus centraal.
    Tevens leren de deelnemers trendanalyses maken van de resultaten op de genoemde toetsen voor de afgelopen jaren. Dit kan zowel met het computerprogramma LOVS (CITO) als met het 'werkblad trendanalyse'.

    Daarbij wordt gebruik gemaakt van de programmatuur op de internetsite ToetsnetPortal. Uiteraard leren de deelnemers de gemaakte trendanalyses te analyseren, interpreteren en verwerken in een rapportage. Omdat er ruim de tijd is om aan de slag te gaan met de eigen gegevens, kunnen scholen aan het eind van de cursus een rapportage met een analyse van de resultaten van hun eigen school hebben.

    Organisatie

    • De cursusdatum en cursuslocatie worden in onderling overleg afgestemd
    • De cursus duurt 1 dagdeel; bijvoorbeeld van 09.30 tot circa 12.30 uur of van 13.30 tot 16.30 uur
    • Er kunnen maximaal 18 deelnemers aan de cursus deelnemen
    • In de cursusruimte is voor iedere deelnemer een computer/laptop aanwezig (eventueel max. 2 cursisten per werkplek)
    • Iedere werkplek is voorzien van een internetaansluiting
    • Voor een USB-stick met daarop het LOVS computerprogramma,het werkblad trendanalyse en een reader wordt gezorgd.


    Kosten

    • Open inschrijving. 
    •  Klantspecifiek of maatwerk (max. 18 deelnemers). Tot en met 15 deelnemers € 1750,-, + € 50,- per extra deelnemer + reiskosten a € 0,30 per kilometer

    Uitvoering
    BCO Onderwijsadvies en 02 Onderwijsadvies zijn gecertificeerd voor het geven van deze CITO-cursussen.

    Jo Verlinden Senior adviseur BCO Onderwijsadvies Venlo
    Inschrijfformulier

  • Schoolzelfevaluatie met het CITO LOVS

    Schoolzelfevaluatie is niet meer weg te denken in een opbrengstgerichte school. Het analyseren en interpreteren van toetsresultaten is van groot belang. In deze ééndaagse cursus staat het maken en interpreteren van rapporten uit de module Zelfevaluatie van het computerprogramma LOVS centraal. We werken met een nieuwe database waarin ook resultaten van peuters opgenomen zijn. Het LOVS van Cito gaat verder, waar andere analyseprogramma's stoppen.


    Inhoud

    In de ochtend wordt aandacht besteed aan kwaliteitszorg en de mogelijkheden van de module zelfevaluatie. Hierbij komen onder meer de rapportages dwarsdoorsnede, trendanalyse, groepsanalyse en vaardigheidsprofiel aan de orde. Aan de hand van een demodatabase leert u deze mogelijkheden te gebruiken en de grafieken te interpreteren.

    In de middag staat het werken met de eigen schoolgegevens centraal. U gaat de resultaten van de LOVS-toetsen van uw eigen school analyseren met behulp van een concreet stappenschema. U gaat op zoek naar zorgsignalen en maakt op systematische wijze een diepte-analyse van de opbrengsten. Dit resulteert in een (eerste aanzet tot) schoolrapport dat handvatten kan bieden voor schoolverbetering.
    Voor de trendanalyses van eindtoets en entreetoets wordt ook gebruik gemaakt van Cito ToetsnetPortal. Uiteraard leert u de gemaakte trendanalyses van eindtoets en entreetoets te analyseren, interpreteren en verwerken in een rapportage.

    Deze cursus is een samenvoeging van de eerder gegeven cursussen 'Schoolzelfevaluatie op basis LOVS-toetsen' en 'Schoolzelfevaluatie van resultaten van Eindtoets en/of Entreetoets.

    Opbrengst van deze cursus

    • U kent de relatie tussen kwaliteitszorg en Cito-instrumenten
    • U kent de mogelijkheden van de module zelfevaluatie van het computerprogramma LOVS
    • U kunt rapportages van de module zelfevaluatie opvragen, analyseren en interpreteren
    • U kunt rapporten van de module zelfevaluatie verwerken in een schoolrapport

    Open inschrijving
    Data:
    - 21 november 2013, 9.00-17.00 uur BCO Onderwijsadvies Venlo
    - 28 november 2013, 9.00-17.00 uur O2 Onderwijsadvies Maastricht

    Prijs: € 295,- per deelnemer                                                        Inschrijven

    Cursus op locatie
    De cursus kan ook op locatie gegeven worden en in onderling overleg afgestemd.
    In de cursusruimte dient voor iedere deelnemer een computer of laptop aanwezig te zijn (eventueel max. 2 cursisten per werkplek).
    Voor een USB-stick met daarop het computerprogramma wordt gezorgd.

    Er kunnen maximaal 18 cursisten deelnemen.
    De prijs tot en met 15 deelnemers bedraagt € 2500,-. 
    Kosten voor extra deelnemers: € 100,- per persoon.
    Daarnaast bedragen de reiskosten € 0,30 per kilometer.

    Geinteresseerd? Neem contact op met Jo Verlinden, tel. 06-23776275

    Uitvoering
    Jo Verlinden, Senior adviseur BCO Onderwijsadvies Venlo
    BCO Onderwijsadvies en O2 Onderwijsadvies zijn gecertificeerd voor het geven van deze Cito-cursus.

    Schrijf u nu in en vergroot de opbrengsten op uw school.

  • Schoolzelfevaluatie op basis van LOVS-toetsen

    Inhoud
    In de cursus 'Schoolzelfevaluatie op basis van LOVS toetsen' staat het maken en interpreteren van rapporten uit de module Zelfevaluatie van het Computerprogramma LOVS (CITO) centraal.
    In de ochtend wordt aandacht besteed aan kwaliteitszorg en de mogelijkheden van de module zelfevaluatie. Hierbij komen onder meer de rapportages dwarsdoorsnede, trendanalyse, groepsanalyse en vaardigheidsprofiel aan de orde. Aan de hand van een demodatabase leren de deelnemers deze mogelijkheden te gebruiken en de grafieken te interpreteren. 
    Tijdens de middag staat het werken met de eigen schoolgegevens centraal. De deelnemers gaan de resultaten van de LOVS-toetsen van de eigen school analyseren met behulp van een stappenschema. Zij gaan op zoek naar zorgsignalen en maken op systematische wijze een diepte-analyse van de opbrengsten. Dit resulteert in een (eerste aanzet tot) een schoolrapport dat handvatten kan bieden voor schoolverbetering.

    Organisatie

    • Er zijn twee varianten. Een open inschrijving en een klantspecifieke cursus op locatie van de klant.
    • De cursus duurt een dag; bijvoorbeeld van 09.00 en duurt tot circa 16.00 uur
    • Er kunnen maximaal 18 deelnemers aan de cursus deelnemen
    • In de cursusruimte is voor iedere deelnemer een computer/laptop aanwezig (eventueel max. 2 cursisten per werkplek)
    • Voor een USB-stick met daarop het LOVS computerprogramma en een reader wordt gezorgd.


    Kosten

    De prijzen voor de cursussen schoolzelfevaluatie op basis van resultaten op de LOVS-toetsen voor het schooljaar 2012-2013 zijn:

    • Open inschrijving:
      € 295,-- per deelnemer (max. 18 deelnemers)
      Data: donderdag 17 januari 2013 bij BCO Onderwijsadvies
                donderdag 7 maart 2013 bij BCO Onderwijsadvies
    • Klantspecifiek of maatwerk (max. 18 deelnemers).
      De cursusdatum en cursuslocatie worden in onderling overleg afgestemd. Tot en met 15 deelnemers € 2500,-, + € 100,- per extra deelnemer + reiskosten a € 0,30 per kilometer.


    Uitvoering

    BCO Onderwijsadvies en 02 Onderwijsadvies zijn gecertificeerd voor het geven van deze CITO-cursussen.

    Jo Verlinden Senior adviseur BCO Onderwijsadvies Venlo

  • Schoolplan 2010-2014

    Staat u ook voor de opgave het Schoolplan 2010-2014 te maken?
    BCO Onderwijsadvies adviseert scholen en besturen bij het opstellen van nieuwe schoolplannen.

    Een schoolplan is een veranderplan; schools en bovenschools voor 4 schooljaren
    Veel scholen zullen in het nieuwe schooljaar een nieuw schoolplan gaan maken. Een nieuwe kans om samenhang en continuïteit in de schoolontwikkeling aan te brengen en wellicht de focus op duurzame veranderingen te richten.
    De voorbije schoolplanperiode wordt geëvalueerd. Er wordt een foto gemaakt van de verworvenheden, de visie wordt nog eens tegen het licht gehouden, nieuwe doelen voor de middellange termijn worden gesteld en beschreven. Naast een veranderplan, is het ook een document waarmee verantwoording afgelegd wordt aan de maatschappij en samenleving.

    Betekenisvol en in samenhang

    • Integraliteit staat voorop
      Op bestuurlijk niveau wordt het schoolplan gekoppeld aan het strategisch beleid. Het strategisch beleidsplan van de Stichting, de koersplannen van WSNS, regionale en landelijke ontwikkelingen worden bij de analyse van kansen en bedreigingen betrokken.
    • De beleidsvoornemens zijn de kern van het nieuwe schoolplan
    • Accent op cyclisch werken
      De evaluatie van het voorafgaande schoolplan en de koppeling van schoolplan, jaarplan en jaarverslag zorgt voor continuïteit.
    • Consistent
      Geen tegenstrijdigheden. Samenhangend.
    • Kwaliteit
      Opbrengsten en gegevens uit de zorg hebben een belangrijke plek. De inspectievereisten betrekken we bij de kwaliteitsanalyse.
    • Realisme
      De plannen zijn haalbaar en SMART geformuleerd daar waar het moet. De principes van projectplanning worden gehanteerd.
    • Eigenaarschap
      Eigenaarschap en schoolplan is een ondernemingplan met draagvlak, niet alleen van het management maar ook van elke leerkracht.


    De leerlus


    In de praktijk is een schoolplan geen lineaire planning voor 4 jaar. Alleen het eerstvolgende jaar kan redelijk concreet gepland worden. De volgende 3 schooljaren kunnen alleen zeer globaal omschreven worden.
    We willen de dynamiek benadrukken en flexibel zijn. Daarom koppelen we aan het schoolplan jaarlijks veranderprojecten die de beleidsvoornemens concreet uitwerken. We zien het dan ook als een ‘groeidocument’.
    Het schoolplan is een baken om samen dezelfde kant op te gaan.
    We gaan uit van een wederkerende planning, een leercyclus en PDCA (plan do check en act). We evalueren elk schooljaar en kijken naar de visie, de missie en de richtinggevende uitspraken van de school. De vragen 'waar staan we' en 'wat willen we’ worden beantwoord. De evaluatie vindt gedetailleerd plaats in projectgroepen, maar ook in teamverband. Van tevoren wordt informatie verzameld over de stand van zaken in de uitvoering van de projecten van het lopende schooljaar. Jaarplan, jaarverslag en schoolgids zijn essentiële elementen van het cyclisch werken en daarmee onderdeel van het schoolplan.


    Hoe wordt het schoolplan ontwikkeld?

    Gedeeltelijk bovenschools. BCO Onderwijsadvies overlegt met het bestuur van de Stichting over die gedeelten die voor elke school in de Stichting standaard zijn, bijvoorbeeld het personeelsbeleid of het kwaliteitsbeleid. De gedachte is dat deze dan centraal ontwikkeld en aangeleverd worden als ze nog niet beschikbaar zijn.
    In het MT of in een veranderteam wordt de regie gevoerd. Ook het voorwerk wordt hier gedaan:
    - Voorbereiding van de evaluatie en de interne analyse
    - Externe analyse
    - Beleidsvoornemens formuleren
    - Projecten samenstellen
    Samen met het leerkrachtenteam evalueren we de voorbije schoolplanperiode, bespreken we beleidsvoornemens en de succesfactoren.
    Ook met de medezeggenschapsraad vindt afstemming plaats. Deze heeft instemmingsbevoegdheid in het schoolplan.

    Werkwijze
    Aan de hand van korte, krachtige en praktische handelingssuggesties worden de stappen uitgevoerd. De aanpak biedt daarnaast instrumenten, formats van documenten en voorbeeldteksten om naast het schoolplan ook een jaarplan en jaarverslag vorm te geven.

    Voor informatie kunt u zich wenden tot drs. Jo Verlinden, senior adviseur BCO Onderwijsadvies. 

  • Uk en Puk in vogelvlucht

    Uw vraag
    In onze organisatie wordt er naar tevredenheid gewerkt met het totaalprogramma Uk en Puk. Toch is er grote behoefte om een aantal nieuwe collega's een oriëntatie te bieden op Uk en Puk.

    Het gewenste resultaat
    De nieuwe collega's zijn door de aangereikte informatie op de hoogte van de sterke punten en de inhoud van Uk en Puk en kunnen een bijdrage leveren bij de uitvoering.

    Inhoud
    Doel van deze Uk en Puk in vogelvlucht is het verkennen van het totaalprogramma:

    • Spraak en taal ontwikkeling
    • Sociaal-emotionele ontwikkeling
    • Motorische ontwikkeling
    • Zintuiglijke ontwikkeling
    • Eenvoudige rekenprikkels

    In een drietal bijeenkomsten staan de volgende onderwerpen centraal:
    Bijeenkomst 1: - Inhoud Uk en Puk 
                                 - Taal en spraak ontwikkeling 
                                 - Toepassen in de verticale of horizontale groep 
                                 - Planning en organisatie
    Bijeenkomst 2:  - Sociaal emotionele ontwikkeling en rekenprikkels
                                 - Vaardigheden van de pedagogisch medewerker 
                                 - De kracht van het werken met thema’s
    Bijeenkomst 3 : - Motorische en zintuiglijke ontwikkeling 
                                 - Organiseren van kleine en grote groepsactiviteiten 
                                 - Doorgaande lijn

    Materialen en middelen
    Tijdens de training wordt gebruikt gemaakt van video beelden en de materialen behorende bij het programma Uk en Puk. De theorie wordt gekoppeld aan de praktijk. Elke bijeenkomst wordt afgesloten met een voortgangsopdracht.

    Tijdsduur
    Voor de training moet een periode van minimaal drie maanden uitgetrokken worden. Daarin vinden drie bijeenkomsten plaats van minimaal 3 uren per bijeenkomst.
    Tussentijds voeren de deelnemers activiteiten uit in hun eigen groep en ze presenteren ervaringen daarmee in de bijeenkomsten.
    Het is de bedoeling dat zoveel mogelijk betrokkenen deelnemen: pedagogisch medewerkers / leidsters, teamleiders, kwaliteitsmedewerkers, directies.
    Tijdsinvestering per deelnemer: per bijeenkomst 3 uren = 3 x 3 uren = 9 uren. Investering in de praktijk = 2 x 2 uren = 4 uren. Totaal = 13 uren per deelnemer.

    Organisatie overstijgende uitvoering
    Deelnemers aan de cursus Uk en Puk in vogelvlucht werken bij verschillende organisaties. Uitwisseling van ervaringen zal een onderdeel zijn van de bijeenkomsten. De uitvoering zal plaatsvinden op een centrale locatie.

    Totale looptijd en kosten 
    De looptijd van de cursus bedraagt 3 maanden.
    Kosten per deelnemer bij een groepsgrootte van 16 deelnemers bedroegen in 2011-2012 €190,00. Bij een ander aantal deelnemers wordt er een offerte op maat gemaakt.

    Trainer 
    De uitvoering is in handen van Greetje de Vries

    Inschrijven
    Inschrijven kan via Chris Nabben
    Een inschrijfformulier wordt u dan toegemaild.

  • Storend gedrag en stoornissen basisonderwijs

    Passend Onderwijs, óók voor complexe leerlingen

    Afwijkend, lastig of storend gedrag is het meest besproken onderwerp in lerarenkamers.
    Speciale, bijzondere, maar complexe leerlingen kunnen ons voor grote vragen en problemen stellen.
    Soms dreigt het de 'spuigaten' uit te lopen...

    Het lijkt wel alsof we in het onderwijs steeds meer leerlingen tegenkomen die met forse vormen van psychische en gedragsproblemen te kampen hebben. Het gaat daarbij vaak om stoornissen die met psychiatrie-'etiketten' worden aangeduid, zoals PDD, ADHD, Tourette-Syndroom, Angst- en Stemmingsstoornissen, Oppositionele of Anti-Sociale stoornissen.
    Er is een stroom aan literatuur, informatie en cursussen over dergelijke onderwerpen, die het moeilijk maken om door de bomen nog het bos te zien.
    De cursus "Storend Gedrag en Stoornissen" geeft u overzicht, inzicht en samenhang binnen handelingsgerichte kaders. Vanuit die kaders wordt ingegaan op mogelijkheden én grenzen voor passend onderwijs in de schoolpraktijk van alledag. Theorie en praktijk zullen daarbij hand in hand gaan door praktische toepassingen, videomateriaal, casuïstiek en ervaringsscreening.
    Een boeiende cursus die bij deelnemers uit vorige jaren steeds tot enthousiaste reacties en hoge waarderingscijfers leidde!

    Inhoud
    U kunt de hele cursus volgen, maar u kunt ook een keuze maken uit vier specifieke modules. U volgt wel altijd met alle cursisten eerst de introductie-bijeenkomst:

    1. Introductiebijeenkomst 'Storend Gedrag en Stoornissen' : over Ankers voor onderkennen en handelen (1 bijeenkomst)

    Verder maakt u vanuit uw voorkeuren een keuze voor 1, 2, 3 of 4 modules waarin per module steeds één onderwerp centraal zal staan:

    2.  'Help!… een autist in de klas' : over Autisme en aanverwante stoornissen
    (2 bijeenkomsten)

    3.  'Boeiend, maar vermoeiend' : over ADHD en aanverwante stoornissen
    (2 bijeenkomsten)

    4.  Wat gaat er toch in dat hoofdje om?' : over Angst- en Stemmingsstoornissen
    (3 bijeenkomsten)

    5.  'Hoe blijf ik (ze) de baas?' : over Oppositioneel-Opstandige en Anti-Sociale 
                                                       stoornissen, ODD/CD 
    (2 bijeenkomsten)

    Nieuw!
    Op aangeven van eerdere cursisten kunt u nu ook kiezen voor 2 aanvullende bijeenkomsten (met veel oefeningen) in oplossingsgerichte gespreksvoering met kinderen. Deze gespreksvorm is bij uitstek geschikt voor kinderen die kampen met angst- en stemmingsproblemen, maar kan ook goed van pas komen bij kinderen met opstandig en/of druk gedrag.

    6.  'Oplossingsgerichte gesprekken met kinderen'   
    (2 bijeenkomsten)

    Doelgroep
    Leerkrachten basis- en speciaal onderwijs, intern begeleiders en zorgcoördinatoren.

    Data in schooljaar 2011-2012
    - Introductiebijeenkomst:                                     18 oktober 2011
    - Module Autisme:                                               29 november en 13 december 2011
    - Module ADHD:                                                  17 januari en 31 januari 2012
    - Module Angst- en Stemmingsstoornissen:              28 februari, 13 maart en 
                                                                            27 maart 2012              
    - Module Gedragsstoornissen (ODD/CD):                 12 april en 26 april 2012
    - Oplossingsgerichte gespreksvoering met kinderen:  8 mei en 22 mei 2012
    De bijeenkomsten zijn op dinsdagen of donderdagen, steeds van 19.00 - 22.00 uur, bij BCO Onderwijsadvies.
    De kosten zijn per bijeenkomst: € 90,00.
    Bijeenkomsten gaan door bij een minimale inschrijving van 10 deelnemers.
    Maximaal aantal deelnemers per bijeenkomst is 20.

    Docent: drs. Rob Verstegen, staatsgeregistreerd gz-psycholoog en psychotherapeut met jarenlange ervaring binnen allerlei vormen van (speciaal en regulier) onderwijs en jeugdzorg. Zijn specialisme is begeleiding van leerlingen met ernstige gedrags- en/of psychiatrische problematiek.
    Hij is medeauteur van bekende boeken en producten als 'Gedragsproblemen in de basisschool', 'Interactiewijzer' en HGPD, Handelingsgerichte Procesdiagnostiek.

  • Passend omgaan met boeiende gedragsvarianten PO

    Elke leerkracht kent ze wel. Drukke kinderen, angstige kinderen, autistische kinderen of andere vormen van moeilijk gedrag. Wij verzorgen vanaf 21 oktober een succesvolle scholing in de avonduren over hoe je daar het beste mee kunt omgaan. U kunt inschrijven voor een introductiebijeenkomst en de modules ADHD en ADD, autisme, angst en oppositioneel gedrag.

    Leerkrachten willen steeds weer hun best blijven doen voor alle kinderen, maar menige leerkracht wordt al moedeloos als die eraan denkt dat Berend-Jan steeds weer vervalt in zijn moeilijke gedrag. Hoe moet dat? Doe ik wel de goede dingen en Hoe weet ik dat? Niet alle leerkrachten hebben moeite met dezelfde leerlingen. Kinderen reageren niet bij elke leerkracht even heftig. Hoe kan dat? 

    Inhoud
    De scholing biedt vanuit kennis aanknopingspunten om binnen uw school te komen tot een continuüm van gedeeld pedagogisch handelen: van preventie en licht-curatief handelen naar specifiek evidence-based aanbod. Leerkrachten krijgen de kennis rondom het continuüm van gedragingen en ontmoeten een handelingsrepertoire waarmee zij eigen vaardigheden vergroten.
    De scholing geeft overzicht, inzicht en samenhang binnen handelingsgerichte kaders. Vanuit die kaders wordt ingegaan op mogelijkheden én grenzen voor passend onderwijs in de schoolpraktijk van alledag. Theorie en praktijk zullen daarbij hand in hand gaan door praktische toepassingen, videomateriaal, casuïstiek en ervaringsscreening.
    Een boeiende cursus die bij deelnemers uit vorige jaren steeds tot enthousiaste reacties en hoge waarderingscijfers leidde!

    Modules
    U kunt de hele cursus volgen, maar u kunt ook een keuze maken uit één of meerdere van de vijf modules.
    Indien u één of meerdere modules kiest, volgt u wél altijd met alle cursisten eerst de introductie-bijeenkomst. Verder kunt u kiezen uit de volgende modules:

    Introductiebijeenkomst
    Storend Gedrag en Stoornissen
    Ankers voor onderkennen
    en handelen
     1 bijeenkomst
    Module 1. ADHD en ADD Boeiend, maar vermoeiend  2 bijeenkomsten
    Module 2. Autisme Help!... een autist in de klas  2 bijeenkomsten
    Module 3. Angst en
    Stemmingsproblematiek
    Wat gaat er toch in dat hoofdje om?  3 bijeenkomsten
    Module 4. Oppositioneel gedrag Hoe blijf ik (ze) de baas?  2 bijeenkomsten

    Bijeenkomsten gaan door bij een minimale inschrijving van 12 deelnemers. Het maximum aantal deelnemers per module is 20. Alleen de introductiebijeenkomst kan voor grotere groepen verzorgd worden.

    Doelgroep
    Leerkrachten basis- en speciaal onderwijs, intern begeleiders en zorgcoördinatoren.

    Data schooljaar
    2013-2014

    BCO Onderwijsadvies
    Venlo

    - Introductiebijeenkomst maandag 21 oktober 2013 19.00-22.00 uur
    1. ADHD en ADD maandag 4 november en maandag 18 november 2013 19.00-22.00 uur
    2. Autisme maandag 25 november en maandag 9 december 2013 19.00-22.00 uur
    3. Angst en
        Stemmingsproblematiek
    maandag 20 januari en maandag 3 februari 2014 19.00-22.00 uur
    4. Oppositioneel gedrag maandag 17 maart en maandag 31 maart 2014 19.00-22.00 uur


    Inschrijven

    Prijs per bijeenkomst: € 90,00.

    Docenten
    Dit scholingstraject is met name in Noord-Lmburg al vele malen met groot succes verzorgd. Hoofddocent is drs. Rob Verstegen, gz-psycholoog en psychotherapeut, één van de grondleggers van HGPD en met jarenlange ervaring in REC-4 scholen.
    Tweede hoofddocent is drs. Rob Förster, gz-psycholoog/orthopedagoog, grondlegger van HGPD en gespecialiseerd in praktische oplossingsmogelijkheden binnen het basisonderwijs. Daarnaast is een groep docenten bij dit traject betrokken, die in een of meerdere van de modules gespecialiseerd zijn.

    Implementatie Passend omgaan me boeiende gedragsvarianten in het PO
    Om de opbrengsten van de scholing binnen het eigen schoolsysteem te implementeren kunnen verschillende routes worden gekozen. Scholen kiezen bij voorkeur voor een schoolbrede aanpak, waarbij zoveel mogelijk leerkrachten in een periode van vier jaar alle modules volgen.
    Kleine scholen kunnen de keuze maken om samen met andere scholen gebruik te maken van dit aanbod. Voor grotere stichtingen kan een alternatief plan worden aangereikt, dat meer berust op de gewenste aanpak of opbrengsten.
    Voorafgaand aan het traject is het zaak om het begin, de implementatie en de borging van de verworvenheden goed te organiseren, zodat scholen als geheel goed voorbereid zijn op passend onderwijs.

    Het implementatieproces binnen scholen of groepen van scholen
    Bij de implementatie maken we onderscheid tussen een aantal aspecten, die samen met de school/scholen aandacht krijgen:

    • Visie en ambities met betrekking tot passend onderwijs
    • Kennis, houding en leidinggevende vaardigheden met betrekking tot het verbeteren van passend onderwijs
    • Kennis, houding en vaardigheden van de leerkrachten
    • Afspraken binnen schoolteams, binnen groepen van scholen
    • Invoering en onderhouden van expertiseteams
    • Ondersteuning van de leerkrachten vanuit de interne zorgstructuur van de school 
    • Invoeren en consolideren van preventieve programma’s
    • Invoeren en consolideren van licht curatieve programma’s en taken
    • Ondersteuning leerkrachten met individuele trajecten
    • Optimaliseren samenwerking binnen het samenwerkingsverband en met ketenpartners
    • Opstellen/aanvullen van het schoolspecifieke ondersteuningsprofiel

    Meer informatie
    Dit implementatieproces is gericht op het versterken van de interne expertise en vraagt om maatwerk. Wilt u meer weten over het implementatieproces? Neem dan contact op met 

    Rob Förster BCO Onderwijsadvies Tel. 06-53805170
  • Passend omgaan met boeiende gedragsvarianten PO

    Elke docent kent ze wel. Leerlingen met druk, impulsief, angstig, opstandig of star en in zichzelf gekeerd gedrag. Vaak is een diagnose al bekend, vaak ook niet. Soms is er sprake van medicatie.
    Wij verzorgden al meerdere keren een succesvolle cursus over hoe je als docent zo goed mogelijk kunt anticiperen op dit gedrag. Heeft u modules gemist? Schrijf dan in voor de scholing die start in het najaar van 2013.

    Data schooljaar
    2013-2014

    BCO Onderwijsadvies
    Venlo

    - Introductiebijeenkomst maandag 21 oktober 2013 19.00-22.00 uur
    1. ADHD en ADD maandag 4 november en 18 november 2013 19.00-22.00 uur
    2. Autisme  maandag 25 november en 9 december 2013 19.00-22.00 uur
    3. Angst en stemmingsproblematiek
    4. Oppositioneel gedrag maandag 17 maart en 31 maart 2014 19.00-22.00 uur


    Inschrijven

    Prijs per bijeenkomst: € 90,00.

    Inhoud
    De scholing biedt vanuit kennis aanknopingspunten om binnen uw school te komen tot een continuüm van gedeeld pedagogisch handelen: van preventie en licht-curatief handelen naar specifiek evidence-based aanbod. Leerkrachten krijgen de kennis rondom het continuüm van gedragingen en ontmoeten een handelingsrepertoire waarmee zij eigen vaardigheden vergroten.
    De scholing geeft overzicht, inzicht en samenhang binnen handelingsgerichte kaders. Vanuit die kaders wordt ingegaan op mogelijkheden én grenzen voor passend onderwijs in de schoolpraktijk van alledag. Theorie en praktijk zullen daarbij hand in hand gaan door praktische toepassingen, videomateriaal, casuïstiek en ervaringsscreening.
    Een boeiende cursus die bij deelnemers uit vorige jaren steeds tot enthousiaste reacties en hoge waarderingscijfers leidde!

    Modules
    U kunt de hele cursus volgen, maar u kunt ook een keuze maken uit één of meerdere van de vijf modules.
    Indien u één of meerdere modules kiest, volgt u wél altijd met alle cursisten eerst de introductie-bijeenkomst. Verder kunt u kiezen uit de volgende modules:

    Introductiebijeenkomst
    Storend Gedrag en Stoornissen
    Ankers voor onderkennen
    en handelen
     1 bijeenkomst
    Module 1. ADHD en ADD Boeiend, maar vermoeiend  2 bijeenkomsten
    Module 2. Autisme Help!... een autist in de klas  2 bijeenkomsten
    Module 3. Angst en
    Stemmingsproblematiek
    Wat gaat er toch in dat hoofdje om?  3 bijeenkomsten
    Module 4. Oppositioneel gedrag Hoe blijf ik (ze) de baas?  2 bijeenkomsten

    Bijeenkomsten gaan door bij een minimale inschrijving van 12 deelnemers. Het maximum aantal deelnemers per module is 20. Alleen de introductiebijeenkomst kan voor grotere groepen verzorgd worden.

    Doelgroep
    Leerkrachten basis- en speciaal onderwijs, intern begeleiders en zorgcoördinatoren.

    Docenten
    Dit scholingstraject is met name in Noord-Lmburg al vele malen met groot succes verzorgd. Hoofddocent is drs. Rob Verstegen, gz-psycholoog en psychotherapeut, één van de grondleggers van HGPD en met jarenlange ervaring in REC-4 scholen.
    Tweede hoofddocent is drs. Rob Förster, gz-psycholoog/orthopedagoog, grondlegger van HGPD en gespecialiseerd in praktische oplossingsmogelijkheden binnen het basisonderwijs. Daarnaast is een groep docenten bij dit traject betrokken, die in een of meerdere van de modules gespecialiseerd zijn.

    Implementatie Passend omgaan me boeiende gedragsvarianten in het PO
    Om de opbrengsten van de scholing binnen het eigen schoolsysteem te implementeren kunnen verschillende routes worden gekozen. Scholen kiezen bij voorkeur voor een schoolbrede aanpak, waarbij zoveel mogelijk leerkrachten in een periode van vier jaar alle modules volgen.
    Kleine scholen kunnen de keuze maken om samen met andere scholen gebruik te maken van dit aanbod. Voor grotere stichtingen kan een alternatief plan worden aangereikt, dat meer berust op de gewenste aanpak of opbrengsten.
    Voorafgaand aan het traject is het zaak om het begin, de implementatie en de borging van de verworvenheden goed te organiseren, zodat scholen als geheel goed voorbereid zijn op passend onderwijs.

    Het implementatieproces binnen scholen of groepen van scholen
    Bij de implementatie maken we onderscheid tussen een aantal aspecten, die samen met de school/scholen aandacht krijgen:

    • Visie en ambities met betrekking tot passend onderwijs
    • Kennis, houding en leidinggevende vaardigheden met betrekking tot het verbeteren van passend onderwijs
    • Kennis, houding en vaardigheden van de leerkrachten
    • Afspraken binnen schoolteams, binnen groepen van scholen
    • Invoering en onderhouden van expertiseteams
    • Ondersteuning van de leerkrachten vanuit de interne zorgstructuur van de school 
    • Invoeren en consolideren van preventieve programma’s
    • Invoeren en consolideren van licht curatieve programma’s en taken
    • Ondersteuning leerkrachten met individuele trajecten
    • Optimaliseren samenwerking binnen het samenwerkingsverband en met ketenpartners
    • Opstellen/aanvullen van het schoolspecifieke ondersteuningsprofiel

    Meer informatie
    Dit implementatieproces is gericht op het versterken van de interne expertise en vraagt om maatwerk. Wilt u meer weten over het implementatieproces? Neem dan contact op met 

    Rob Förster BCO Onderwijsadvies Tel. 06-53805170
  • Piramide in vogelvlucht

    Uw vraag
    In onze organisatie wordt er naar tevredenheid gewerkt met het programma Piramide. Tevens is er grote behoefte om een aantal nieuwe collega's een instapcursus te bieden over Piramide met als doel de kwaliteit in de organisatie te behouden en uit te breiden.

    Het gewenste resultaat
    De nieuwe collega's zijn door de aangereikte informatie op de hoogte van de pedagogische uitgangspunten van Piramide. Ze zijn zich bewust van het belang van spel en een uitdagende speelleeromgeving en hun eigen rol daarin.

    Inhoud
    Doel is het bekend worden met de uitgangspunten, het concept en de werkwijze van Piramide.

    Onderwerpen:

    Basisconcepten

     Hoekstenen: nabijheid-afstand-initiatief leerkracht-initiatief kind. 
     Theorieën: o.a. hechtingstheorie. 
     Intelligentiegebieden: cognitieve, sociaal-emotionele en fysieke intelligentie.

    Projecten

     Inhoud projecten en projectstappen, werkwijze, heterogene groepen, planning
     en organisatie.

    Speelleeromgeving

     Inrichting van de ruimte.

    Observeren

     Betrokkenheid en welbevinden, effectieve groepsexploratie.

     Spel

     Creëren van spelsituaties, spelverrijking, leren spelen.


    Tijdsduur
    Voor de oriëntatieperiode moet minimaal drie maanden uitgetrokken worden. Daarin vinden drie bijeenkomsten plaats van minimaal drie uur per bijeenkomst.
    Tussentijds voeren de deelnemers activiteiten uit in hun groep en de ervaringen daarmee presenteren ze in de bijeenkomsten.
    Het is de bedoeling dat zoveel mogelijk betrokkenen deelnemen: pedagogisch medewerkers / leidsters, teamleiders, kwaliteitsmedewerkers, directies.
    Tijdsinvestering per deelnemer: per bijeenkomst 3 uren = 3 x 3 uren = 9 uren. Investering in de praktijk = 2 x 2 uren = 4 uren. Totaal = 13 uren per deelnemer.

    Organisatie overstijgende uitvoering
    Deelnemers aan de oriëntatiecursus werken bij verschillende organisaties. Uitwisseling van ervaringen zal een onderdeel zijn van de bijeenkomsten. De uitvoering zal plaats vinden op een centrale locatie.

    Informatie
    Meer informatie bij Ans Rutten, tel. 06-19693688

  • Autisme en Adhd bij jonge kinderen

    Kenmerken van Autisme en Adhd bij peuters en kleuters

    Een inleiding waarbij wordt ingezoomd op de kenmerken van autisme en adhd, signalen op de peuterspeelzaal, kinderdagverblijf of onderbouw van de basisschool en de handelingsmogelijkheden in deze groepen.

    Het ene kind is het andere niet en dat maakt uw werk nu juist uitdagend. Toch voelt u als leidster of leerkracht in de onderbouw goed aan welke kinderen misschien toch ander gedrag laten zien dan wat op grond van hun leeftijd verwacht zou mogen worden. Kinderen voor wie mogelijk extra aandacht en begeleiding nodig is. Het kan gaan om kinderen die druk zijn, kinderen die op zichzelf zijn en weinig contact maken of kinderen die u niet goed lijken te begrijpen. De moeilijkheid is dit gevoel concreet te omschrijven en er vervolgens op een goede manier mee om te gaan.
    In twee cursusavonden krijgt u meer zicht op welke symptomen in gedrag nu echt zorgwekkend zijn en in de richting van autisme of Adhd kunnen wijzen. Daarnaast ligt de nadruk op hoe u in de groep om kunt gaan met kinderen die deze symptomen laten zien.

    Naast een stuk theorie en achtergrondinformatie zal er aan de hand van een casus gekeken worden naar handelingsmogelijkheden voor in de groep.

    Doelgroep
    Leidsters van kinderdagverblijven en peuterspeelzalen.
    Leerkrachten uit de onderbouw.

    Data, locatie en kosten
    De cursus is verdeeld over twee avonden. 
    De kosten voor beide bijeenkomsten bedragen € 120,00 per deelnemer.
    Bijeenkomsten gaan door bij een minimale inschrijving van 10 deelnemers.

    Meer weten?
    Neem contact op met Meike Windhorst of Liesbeth Hendrikx. Beide zijn orthopedagoog en werkzaam op peuterspeelzalen, kinderdagverblijven en basisscholen.

  • Cooperatief leren en rekenen

     
     
    1+1=3
    In een training, gebaseerd op het basisboek 'Nog beter rekenen' krijgen de deelnemers handreikingen om de reguliere rekenles eenvoudig om te bouwen tot een les waarbij interactie en inbreng van elke leerling gewaarborgd zijn. 
    U krijgt kennis van de opbouw van een rekenles en weet hoe u hier eenvoudig coöperatieve werkvormen aan kunt koppelen. Tevens bent u in staat om interactie te realiseren binnen de realistische rekendidactiek. Er wordt gewerkt met concrete voorbeelden uit gangbare methodes aan de hand van zogenaamde 'big ideas', wezenlijke onderdelen van het rekenonderwijs die in alle methodes voorkomen, Hierdoor kan de vertaling naar de eigen praktijk makkelijk plaatsvinden. De inhoud van het rekenen verandert niet, maar de manier waarop het rekenonderwijs vorm krijgt verandert waardoor de rekenstrategieën bewuster kunnen worden ingezet en toegepast.

    Lees meer over Coöperatief leren

  • Cooperatief leren en taal

    Gestructureerde interactie is leersucces
    Een goede taalvaardigheid bepaalt grotendeels het succes van het onderwijs. Taal leer je het beste in interactie met elkaar. Deze interactie kun je vorm geven met behulp van didactische structuren. Zo bereik je, terwijl je de reguliere taalmethode gebruikt, toch een groter effect.
    BCO Onderwijsadvies heeft ruime ervaring in begeleidingstrajecten waarbij er nadrukkelijk een koppeling wordt gemaakt tussen onderdelen van het taalonderwijs (lezen, spelling, woordenschat, mondelinge taalverwerking) en Coöperatief leren.
    Daarnaast  zijn de structuren ook uitstekend in te zetten bij tweede taalverwerving. Ze  zorgen voor specifieke oefening van diverse onderdelen van het taalonderwijs zoals woordenschat, woord- en zinsvorming en van mondelinge naar schriftelijke taal.
    In diverse onderdelen kan Coöperatief leren een impuls zijn om de kwaliteit van het taalonderwijs te verbeteren:

    • Taal nog interactiever
    • Interactie in de kring
    • Contact! Actief tweede taal leren
    • Wijs met woorden

    Bekijk ook de films over de toepassing van coöperatieve werkvormen bij:

  • Wat werkt op school? Robert Marzano

     Coöperatief leren is waarschijnlijk de meest onderzochte didactische aanpak ter wereld. Coöperatief leren geeft hogere leerresultaten dan wanneer leerlingen individueel aan taken werken. Coöperatief leren heeft meer positieve effecten dan hogere leerresultaten alleen.
    Wat werkt op scholen:

    • Leerlingniveau: thuissituatie, motivatie en achtergrondkennis
    • Leraarniveau: didactische aanpak, klassenmanagement, sturen en herontwerpen programmaÂ’s
    • Schoolniveau: gedegen programma, uitdagende doelen, betrokkenheid, veilige en ordelijke omgeving en collegialiteit en professionaliteit.

    (bron : Robert Marzano)

  • Win Win

    Omgaan met ordeverstorend gedrag
    Welke leraar kent het niet? Leerlingen die met hun gedrag op allerlei manieren de orde verstoren. Het bezorgt veel leraren een onprettig gevoel: van teleurstelling, boosheid tot machteloosheid toe.
    Win Win is ontwikkeld door Spencer Kagan. Kagan stelt dat discipline niet iets is dat je jongeren oplegt, maar dat het iets is dat je hen moet leren verwerven. In de Win Win aanpak helpt de leraar de leerling om zichzelf optimaal te ontplooien en zelfverantwoordelijkheid te leren.
    Win Win biedt een complete uitgebalanceerde aanpak die zich naast het stoppen van het 'lastig' en ordeverstorend gedrag tevens richt op het aanleren van alternatief gedrag met een blijvend effect, in alle situaties. Het aanbod van Win Win is altijd een maattraject en bestaat uit verschillende bijeenkomsten en coaching in de klas.

  • Coöperatief vergaderen


    Als het in de klas werkt, dan werkt het ook in de teamkamer


    In de training 'Coöperatief vergaderen' geven we in drie studiemomenten concrete handreikingen om een vergadering met behulp van coöperatieve werkvormen zo vorm te geven dat in een positieve sfeer alle deelnemers betrokken zijn en inbreng hebben. De basisprincipes van het Structureel Coöperatief Leren worden hierbij steeds ingezet. Wat geldt voor actieve en betrokken leerlingen geldt ook voor leerkrachten.
    Coöperatief vergaderen is een training die ook prima op stichtingsniveau gevolgd kan worden.

  • Natuurlijk Sociaal

    Sociale vaardigheden leer je pas echt in een sociale context
    Een methode voor sociaal emotionele ontwikkeling of binnen de context van coöperatief leren werken aan de sociale competenties van kinderen.
    Hoe structureren we de dagelijkse speel-leeromgeving tot een krachtige sociale leeromgeving?
    De 7 stappen van natuurlijk sociaal ontwikkelen zijn richting gevend voor het handelen van de leerkracht in relatie tot een doelgerichte aanpak sociale vaardigheden.
    Een van de stappen is het inrichten van een centrum voor sociale vaardigheden. Kinderen en leerkracht spreken af welke sociale vaardigheid centraal komt te staan. Samen verantwoordelijk!

  • Mondelinge communicatie

    Tussendoelen mondelinge communicatie gaat o.a. over :

    • Kinderen ontwikkelen een positief zelfbeeld als spreker en luisteraar
    • Ze luisteren naar de mening en argumenten van anderen
    • Kinderen nemen initiatieven tijdens gesprekken en brengen onderwerpen in
    • Kinderen reflecteren op gesprekken


    Mondeling communiceren leer je door interactie met de ander, leren van en met elkaar!
    Door de structuren in te zetten en gebruik te maken van de verschillende domeinen zien we dat coöperatief leren werkt!

  • Win Win (ordeverstorend gedrag)

    Welke leraar kent het niet? Leerlingen die met hun gedrag op allerlei manieren de orde verstoren. Het bezorgt veel leraren een onprettig gevoel: van teleurstelling, boosheid tot machteloosheid toe.
    Win Win is ontwikkeld door Spencer Kagan. Kagan stelt dat discipline niet iets is dat je jongeren oplegt, maar dat het iets is dat je hen moet leren verwerven. In de Win Win aanpak helpt de leraar de leerling om zichzelf optimaal te ontplooien en zelfverantwoordelijkheid te leren. 
    Win Win biedt een complete uitgebalanceerde aanpak die zich naast het stoppen van het  ‘lastigÂ’ en ordeverstorend gedrag tevens richt op het aanleren van alternatief gedrag met een blijvend effect, in alle situaties. Het aanbod van Win Win is altijd een maattraject en bestaat uit verschillende bijeenkomsten en coaching in de klas.

  • Meervoudige intelligentie

    Rekening leren houden met de verschillende intelligenties binnen je onderwijsaanbod lijkt een heel karwei. Met de structuur en de uitgangspunten van meervoudige intelligentie zal dit voor iedere leerkracht mogelijk zijn. Alle kinderen verwerken de leerstof op hun eigen manier. Door in je aanbod zoveel mogelijk intelligenties te raken zullen meer kinderen ervan profiteren. Daarnaast is het uitermate geschikt voor kinderen die moeite hebben met de leerstof om op een andere manier het rekenen of de taal aan te bieden wat aansluit (matcht) met hun eigen sterke kanten. Kinderen leren zelf hun sterke en zwakkere kanten kennen en die van hun groepsgenootjes.

  • Sociaal verbonden (klas en teambouwers)

    Elkaar kennen is de basis voor een goed groepsklimaat
    Coöperatief leren heeft naast betere leerprestaties vooral als doel dat alle kinderen met elkaar kunnen en willen samenwerken. Om dit te kunnen bereiken is het belangrijk voor de kinderen om elkaar beter te leren kennen op diverse manieren. Het honkgevoel wordt versterkt door het regelmatig (1x per week) inzetten van klasbouwers en de teamidentiteit wordt versterkt door het bewust aanbieden van teambouwers. Didactische structuren (zonder lesstof inhoud) zijn hierbij het uitgangspunt en zorgen voor ontspanning en een prettige, sociale sfeer.

  • Team klassenmanagement

    Alles begint met een goede en passende organisatie
    Wat betekent coöperatief Leren voor het klassenmanagement? Handige tips en routines komen aan de orde om zo effectief mogelijk binnen je eigen groep het coöperatief leren een plek te geven. Uitgebreid wordt stil gestaan bij het maken van teams (groepen) die zo veel mogelijk van elkaar kunnen leren en die dus ook afgestemd worden op het doel van je lessen.
    Team klassenmanagement is een beproefde aanpak om het klassenmanagement en het werken in coöperatieve teams vorm te geven.

  • Structureel Coöperatief Leren

    Hierin wordt de basis aangeboden waarbij leerkrachten leren om lessen van hun dagelijkse praktijk op een coöperatieve manier vorm te geven waardoor betrokkenheid en activiteit van leerlingen vergroot wordt. Uit onderzoek blijkt dat wanneer coöperatief leren structureel wordt toegepast dit leidt tot betere leerprestaties. Leerkrachten maken kennis met domeinen en de uitgangspunten GIPS.
    GIPS staat voor: Gelijke deelname, Individuele aanspreekbaarheid, Positieve wederzijdse afhankelijkheid, Simultane interactie. Een 3 tot 4 jarig traject hiervoor blijkt zeer succesvol te zijn wanneer het gecombineerd wordt met klassenbezoeken (moment coaching).

  • Rekenseminar Plussen delen 's-Hertogenbosch

    Goed en effectief rekenonderwijs staat hoog op de onderwijsagenda: 7 nieuwe rekenmethodes, opbrengst gericht rekenen, referentieniveaus, rekenprikkels voor jonge kinderen, het protocol Ernstige Reken- Wiskundeproblemen en Dyscalculie (ERWD), zwakke rekenaars in de bovenbouw etc. Het zijn onderwerpen die op dit moment veel aandacht krijgen en die leiden tot functionele gecijferdheid afgestemd op de mogelijkheden van ieder kind. Daarom nodigen wij u van harte uit voor het seminar Plussen delen.

    Dinsdagmiddag 5 juni 2012

    Ds. Pierson College
    Geraert ter Borchstraat 1
    5212 CZ  's-Hertogenbosch


    Doelgroep
    Leerkrachten, Intern begeleiders, rekencoördinatoren, directies PO

    Workshops

    In dit seminar verbinden we actuele rekenonderwerpen met de dagelijkse praktijk. U kunt twee workshops bijwonen.
    Lees meer

    Inschrijven
    U kunt zich binnenkort hier inschrijven.

    Aan deelname zijn geen kosten verbonden.

    Programma
    16.00 uur Inloop en ontvangst
    16.20 uur Woord van welkom 
    16.30 uur 1e ronde workshops
    17.30 uur Pauze met een broodje
    18.00 uur 2e ronde workshops
    19.00 uur Inspirerende afsluiting 

    Workshops

    1. Rekenprikkels in groep 1 en 2: 'Spelen met een doel' door Marieke Claessen
    Jonge kinderen leren de wereld om zich heen al spelend kennen. De richtlijn van het protocol ERWD is: een half uur per dag tijd besteden aan getalbegrip meten en meetkunde in de groepen 1 en 2.
    In deze workshop verkennen wij met u de landelijke ontwikkelingen op het gebied van rekenen aan jonge kinderen, en hoe dit in de praktijk op een speelse manier vorm kan krijgen. Daarnaast maakt u kennis met nieuwe methodes, middelen en materialen voor kleuters.

    2. Singapore rekenen: Rekenwonders en werken met het strookmodel door Anne van Bijnen
    Al jaren staan in internationaal vergelijkend onderzoek de rekenprestaties van kinderen in Singapore bovenaan. De pijlers van Singapore rekenen zijn vertaald in de methode Rekenwonders en de rekenstrategie 'Werken met het strookmodel'. Bij de rekenmethode Rekenwonders ligt de nadruk op het ontwikkelen van kritische denkvaardigheden en het effectief monitoren van eigen leer- en denkprocessen van kinderen.
    Tijdens deze informatieve workshop maakt u kennis met de methode rekenwonders en met het strookmodel. Het strookmodel is als didactiek in te zetten bij alle rekenmethodes.

    3. Referentieniveau's rekenen: 'Aan de slag ermee!?' door Rob van den Broek
    Wat zijn nu precies die doorlopende leerlijnen en referentieniveaus? Helpen die ons om goed onderwijs te verzorgen afgestemd op onderwijsbehoeften van kinderen? Kunnen we beter differentiëren? En hoe kunnen we ze inzetten? De begrippen leerlijnen en referentieniveaus komen we veel tegen, met name binnen opbrengstgericht werken en handelingsgericht werken. Cruciale leermomenten van kinderen moeten zichtbaar worden gemaakt en handvatten geven voor verder handelen.
    In deze workshop gaan we aan het werk om deze begrippen te vullen en toepasbaar te maken voor uw eigen onderwijspraktijk, zowel op het niveau van de klas als van de school.

    4. Zwakke rekenaars in de bovenbouw door Meike Windhorst en Francien van den Bosch
    'Rekenen is saai', een veelgehoorde uitspraak van zwakke rekenaars in de bovenbouw. Het leertempo ligt hoog, de leerstappen zijn groot en de leerstof is omvangrijk. Dit leidt vaak tot een aversie tegen rekenen. Tegelijkertijd lijkt het voor leerkrachten onvoldoende helder op welke manier ze met deze leerlingen doelgericht aan de slag kunnen. Met de komst van de referentieniveaus zijn voor zwakke rekenaars duidelijke doelen geformuleerd. Uitgangspunt is adequaat gecijferd kunnen handelen in dagelijkse situaties.
    In deze workshop brengen we de onderwijsbehoeften van zwakke rekenaars in de bovenbouw in kaart. Daarnaast gaan we in op een door SLO ontwikkelde aanpak voor deze leerlingen.

    5. Iedereen functioneel gecijferd: kennismaken met het protocol ERWD door Kristel de Kaart
    Het langverwachte protocol Ernstige Reken-Wiskundeproblemen en Dyscalculie (ERWD) is er. Het biedt kansen aan kinderen om zich optimaal te ontplooien op het gebied van rekenen en wiskunde (functionele gecijferdheid). Aan het einde van groep 8 faalt ongeveer een kwart van de leerlingen in het behalen van de kerndoelen op reken-wiskundegebied. Toch heeft hoogstens 1 tot 2 procent van de leerlingen te kampen met dyscalculie. Waarop loopt het dan spaak? Stagnatie in de rekenontwikkeling is slechts in beperkte mate afhankelijk van kindkenmerken. Juist de leerkracht kan het verschil maken. Het protocol ERWD biedt een eenduidig kader voor goed afgestemd reken- en wiskundeonderwijs. Het geeft intern begeleiders en leerkrachten handvatten voor het begeleiden van leerlingen bij wie de rekenontwikkeling stagneert.
    In deze workshop maakt u kennis met het protocol ERWD. We verkennen op welke manier het protocol bij kan dragen aan goed rekenonderwijs voor alle kinderen. We bespreken modellen die gebruikt kunnen worden voor het opsporen van rekenproblemen en het selecteren van een juiste aanpak.

    6. Opbrengstgericht rekenen door Jan Raemaekers
    Schoolteams verzamelen een indrukwekkende hoeveelheid data op het gebied van rekenen: Cito-toetsen, methodegebonden toetsen, observatiegegevens, gesprekken met kinderen, ouders etc. Toch worden deze data weinig gebruikt om de vertaalslag te maken naar het onderwijs in de klas.
    In deze workshop gaan we in op het belang van het opbrengstgericht werken bij rekenen en de vertaling naar de aanpak in de klas. We maken een praktische vertaalslag van data naar een groepsplan voor alle kinderen in een cyclisch proces.

    7. Oriëntatie op een nieuwe rekenmethode door Mirande Neijnens
    In deze workshop krijgt u een overzicht van de uitgangspunten, overeenkomsten en verschillen van zeven nieuwe rekenmethodes: Wizwijs, Alles telt, De wereld in getallen, Pluspunt, Rekenwonders, Rekenrijk en Reken Zeker.
    Vanuit de nieuwste inzichten rondom rekenen laten we zien waarin de methodes zich onderscheiden. Rekenonderwerpen die we met voorbeelden uit de verschillende methodes laten zien zijn o.a. het handelingsmodel, leerlijnen, verbinding met sprongen vooruit, toetsen en observaties. Met een kijkwijzer kunt u zich verdiepen in één of meerdere methodes.


    Terug naar boven

  • Rekenseminar Plussen delen Venlo

    Goed en effectief rekenonderwijs staat hoog op de onderwijsagenda: 7 nieuwe rekenmethodes, opbrengst gericht rekenen, referentieniveaus, rekenprikkels voor jonge kinderen, het protocol Ernstige Reken- Wiskundeproblemen en Dyscalculie (ERWD), zwakke rekenaars in de bovenbouw etc. Het zijn onderwerpen die op dit moment veel aandacht krijgen en die leiden tot functionele gecijferdheid afgestemd op de mogelijkheden van ieder kind. Daarom nodigen wij u van harte uit voor het seminar Plussen delen.

    Woensdagmiddagmiddag 18 april 2012

    BCO Onderwijsadvies
    Wijlrehofweg 11
    5912 PM  Venlo

    Doelgroep
    Leerkrachten, Intern begeleiders, rekencoördinatoren, directies PO

    Workshops

    In dit seminar verbinden we actuele rekenonderwerpen met de dagelijkse praktijk. U kunt twee workshops bijwonen.
    Lees meer

    Inschrijven
    U kunt zich binnenkort hier inschrijven.

    Aan deelname zijn geen kosten verbonden.

    Programma
    13.00 uur Inloop en ontvangst
    13.20 uur Woord van welkom 
    13.30 uur 1e ronde workshops
    14.30 uur Korte pauze
    14.45 uur 2e ronde workshops
    15.45 uur Inspirerende afsluiting 

    Workshops

    1. Rekenprikkels in groep 1 en 2: 'Spelen met een doel' door Marieke Claessen
    Jonge kinderen leren de wereld om zich heen al spelend kennen. De richtlijn van het protocol ERWD is: een half uur per dag tijd besteden aan getalbegrip meten en meetkunde in de groepen 1 en 2.
    In deze workshop verkennen wij met u de landelijke ontwikkelingen op het gebied van rekenen aan jonge kinderen, en hoe dit in de praktijk op een speelse manier vorm kan krijgen. Daarnaast maakt u kennis met nieuwe methodes, middelen en materialen voor kleuters.

    2. Singapore rekenen: Rekenwonders en werken met het strookmodel door Anne van Bijnen
    Al jaren staan in internationaal vergelijkend onderzoek de rekenprestaties van kinderen in Singapore bovenaan. De pijlers van Singapore rekenen zijn vertaald in de methode Rekenwonders en de rekenstrategie 'Werken met het strookmodel'. Bij de rekenmethode Rekenwonders ligt de nadruk op het ontwikkelen van kritische denkvaardigheden en het effectief monitoren van eigen leer- en denkprocessen van kinderen.
    Tijdens deze informatieve workshop maakt u kennis met de methode rekenwonders en met het strookmodel. Het strookmodel is als didactiek in te zetten bij alle rekenmethodes.

    3. Referentieniveau's rekenen: 'Aan de slag ermee!?' door Rob van den Broek
    Wat zijn nu precies die doorlopende leerlijnen en referentieniveaus? Helpen die ons om goed onderwijs te verzorgen afgestemd op onderwijsbehoeften van kinderen? Kunnen we beter differentiëren? En hoe kunnen we ze inzetten? De begrippen leerlijnen en referentieniveaus komen we veel tegen, met name binnen opbrengstgericht werken en handelingsgericht werken. Cruciale leermomenten van kinderen moeten zichtbaar worden gemaakt en handvatten geven voor verder handelen.
    In deze workshop gaan we aan het werk om deze begrippen te vullen en toepasbaar te maken voor uw eigen onderwijspraktijk, zowel op het niveau van de klas als van de school.

    4. Zwakke rekenaars in de bovenbouw door Meike Windhorst en Francien van den Bosch
    'Rekenen is saai', een veelgehoorde uitspraak van zwakke rekenaars in de bovenbouw. Het leertempo ligt hoog, de leerstappen zijn groot en de leerstof is omvangrijk. Dit leidt vaak tot een aversie tegen rekenen. Tegelijkertijd lijkt het voor leerkrachten onvoldoende helder op welke manier ze met deze leerlingen doelgericht aan de slag kunnen. Met de komst van de referentieniveaus zijn voor zwakke rekenaars duidelijke doelen geformuleerd. Uitgangspunt is adequaat gecijferd kunnen handelen in dagelijkse situaties.
    In deze workshop brengen we de onderwijsbehoeften van zwakke rekenaars in de bovenbouw in kaart. Daarnaast gaan we in op een door SLO ontwikkelde aanpak voor deze leerlingen.

    5. Iedereen functioneel gecijferd: kennismaken met het protocol ERWD door Kristel de Kaart
    Het langverwachte protocol Ernstige Reken-Wiskundeproblemen en Dyscalculie (ERWD) is er. Het biedt kansen aan kinderen om zich optimaal te ontplooien op het gebied van rekenen en wiskunde (functionele gecijferdheid). Aan het einde van groep 8 faalt ongeveer een kwart van de leerlingen in het behalen van de kerndoelen op reken-wiskundegebied. Toch heeft hoogstens 1 tot 2 procent van de leerlingen te kampen met dyscalculie. Waarop loopt het dan spaak? Stagnatie in de rekenontwikkeling is slechts in beperkte mate afhankelijk van kindkenmerken. Juist de leerkracht kan het verschil maken. Het protocol ERWD biedt een eenduidig kader voor goed afgestemd reken- en wiskundeonderwijs. Het geeft intern begeleiders en leerkrachten handvatten voor het begeleiden van leerlingen bij wie de rekenontwikkeling stagneert.
    In deze workshop maakt u kennis met het protocol ERWD. We verkennen op welke manier het protocol bij kan dragen aan goed rekenonderwijs voor alle kinderen. We bespreken modellen die gebruikt kunnen worden voor het opsporen van rekenproblemen en het selecteren van een juiste aanpak.

    6. Opbrengstgericht rekenen door Jan Raemaekers
    Schoolteams verzamelen een indrukwekkende hoeveelheid data op het gebied van rekenen: Cito-toetsen, methodegebonden toetsen, observatiegegevens, gesprekken met kinderen, ouders etc. Toch worden deze data weinig gebruikt om de vertaalslag te maken naar het onderwijs in de klas.
    In deze workshop gaan we in op het belang van het opbrengstgericht werken bij rekenen en de vertaling naar de aanpak in de klas. We maken een praktische vertaalslag van data naar een groepsplan voor alle kinderen in een cyclisch proces.

    7. Oriëntatie op een nieuwe rekenmethode door Mirande Neijnens
    In deze workshop krijgt u een overzicht van de uitgangspunten, overeenkomsten en verschillen van zeven nieuwe rekenmethodes: Wizwijs, Alles telt, De wereld in getallen, Pluspunt, Rekenwonders, Rekenrijk en Reken Zeker.
    Vanuit de nieuwste inzichten rondom rekenen laten we zien waarin de methodes zich onderscheiden. Rekenonderwerpen die we met voorbeelden uit de verschillende methodes laten zien zijn o.a. het handelingsmodel, leerlijnen, verbinding met sprongen vooruit, toetsen en observaties. Met een kijkwijzer kunt u zich verdiepen in één of meerdere methodes.


    Terug naar boven